taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: Schoolbreed taalbeleid, uitvoering in teams (Aad 't Hart)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3. Beroepsgericht secundair onderwijs

alleen de taaldocenten aan. Het is gerelateerd aan onderwijsvernieuwing, kwaliteitszorg, examinering, interculturalisatie en professionalisatie van de gehele onderwijsorganisatie.

In de workshop krijgt u antwoord op tal van vragen: Waarom taalbeleid? Wat is taalbeleid? Hoe pak je taalbeleid aan? U krijgt inzage in de uitwerkingen in de praktijk over het gehele spectrum van de aanpak van het ROC Zadkine en de opleidingen Handel in het bijzonder: taalprofielen, intake, monitoring van taalvaardigheden, aftoetsing. Compleet met protocollen en referentielijsten.

Op drie manieren krijgt taalbeleid voor de leerling (en de docenten) inhoud: taalontwikkelend lesgeven door het team, functioneel onderwijs Nederlands en gerichte taaltraining. Voor succesvol taalbeleid krijgt elk de drie een specifieke aanpak. 1. Beroepstaalvaardigheden. Voor leerlingen zijn het beroep en de bijbehorende

beroeps(taal)vaardigheden het doel. Vaker dan men denkt, zitten daaraan talige

kanten. Onderliggend, voorwaardelijk of als beroepsproduct. Voor de noodzakelij-

ke hoeveelheid vlieguren die leerlingen met hun taal moeten maken, gebruiken we

elke gelegenheid om hun vaardigheden te monitoren.

  1. Macrotaalvaardigheden. Zonder deskundige begeleiding van taalspecialisten komen de beroeps(taal)producten niet op het goede niveau. Om algemene vaardigheden als lezen, schrijven, luisteren, gesprekken voeren en presenteren naar het gewenste plan te tillen oefenen leerlingen strategieën, deelvaardigheden (samenvatten, interviewen, spellen, zinsbouw, woordenschat enzovoort) en trainen ze taalconventies als brieven schrijven en presentaties houden.

  2. Microtaalvaardigheden. De macrotaalvaardigheden zijn op hun beurt weer toepassingen van onderliggende (microtaal)vaardigheden m.b.t. spellen, grammatica, articuleren, woordenschat enzovoort.

Behalve de inhoud is de procesbewaking een punt van zorg. Voor competentiegericht leren wordt al een nieuwe organisatie opgetuigd met studieloop-baanbegeleiders/coaches, tutoren en assessoren. Voor taalbeleid behoeven in die organisatie geen aanpassingen of complicerende aanvullingen. Het enige wat we vragen, is een nadere concretisering. Zo zou de studieloopbaan-begeleider, reeds verantwoordelijk voor de coaching op competenties, dat concreet ook moeten doen op taalcompetenties. Zo zouden bij de beschrijving van elk beroepsproduct op basis van beheersingscriteria nadrukkelijk criteria vanuit het taalprofiel moeten worden toegevoegd. Dat kan in één moeite door. Ook voor de summatieve toetsing is het niet nodig aparte examens te ontwikkelen. Dat kan in dezelfde proeve van bekwaamheid die voor het competentieprofiel wordt bedacht. De docent Nederlands is niet degene die alles op taal beoordeelt. Hij helpt zijn collega's met globale indicaties zodat ook zij leerlingen feedback kunnen geven op taal. Voor formele beoordelingen is natuurlijk een deskundige beoordelaar vereist.

49

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties