taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: Het Taalonderwijs Nederlands Onderzocht; demonstratie van een databank (Mariëtte Hoogeveen & Amos van Gelderen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

EENENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Ronde 2

Het Taalonderwijs Nederlands Onderzocht; demonstratie van een databank

Mariëtte Hoogeveen en Amos van Gelderen;

SLO, Enschede; SCO-Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam M.Hoogeveen@slo.nl

A.J.S.vangelderen@uva.nl

Er wordt sinds het einde van de jaren zestig in Nederland en Vlaanderen veel onderzoek gedaan naar het taalonderwijs in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Helaas lijken de resultaten van dit onderwijsonderzoek tot op heden weinig invloed te hebben op de onderwijspraktijk en op het werk van opleiders, schoolbegeleiders en leerplanontwikkelaars. Het gebruiken van resultaten van onderwijsonderzoek is om verschillende redenen niet eenvoudig. Onderzoeks-resultaten worden vaak weinig toegankelijk gepresenteerd, de resultaten worden lang niet altijd vertaald in aanbevelingen voor de onderwijspraktijk en zelden geëvalueerd vanuit het perspectief van opleiding, begeleiding of leerplanont-wikkeling. In haar advies "Kennis over onderwijs" (2003) aan de minister van OC&W nam de Onderwijsraad dit probleem onder de loep: "onderzoekers, ontwikkelaars van lesmethoden, pedagogische centra en docenten: ze doen allemaal hun eigen dingen en ze zijn onvoldoende op de hoogte van elkaars wensen en mogelijkheden. Het probleem is dat de interactie tussen al deze lagen ontbreekt.

Onderzoekers weten onvoldoende wat er in de praktijk speelt, docenten weten niet wat voor onderzoek er is verricht en wat de mogelijkheden voor onderzoek en ontwikkeling zijn" (Didaktief, mei 2003, 12-13). De onderwijsraad concludeert dat er in het onderwijsonderzoek de nodige schotten omver gehaald moeten worden en adviseert om meer te investeren in samenwerking tussen onderzoekers, ontwikkelaars en docenten in de vorm van toegankelijke overzichtsstudies en meer tijd en gelegenheid voor leerkrachten om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op hun vakgebied. In een recenter advies snijdt de Onderwijsraad opnieuw dit probleem aan. Onder de titel "Naar meer evidence-based onderwijs" (2006) gaat de raad in op mogelijkheden om tot een betere benutting van wetenschappelijk onderzoek in het Nederlandse onderwijs. Zij pleit ervoor om systematisch informatie te verzamelen en te verspreiden over onderwijsmethoden of -aanpakken die `evidence-based' zijn, wat wil zeggen dat ze hun werkzaamheid bewezen hebben in empirisch onderzoek. "In het onderwijs", aldus de raad, "worden vaak nieuwe methoden en aanpakken geïntroduceerd zonder dat duidelijk is dat het nieuwe beter is dan het voorafgaande. Denk aan een nieuw lesboek of aan een iets kleinere groepsgrootte. Aan de andere kant vindt beschikbare kennis over

6

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties