Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Interactievaardigheden bij onderzoekend en ontwerpend leren in het basisonderwijs (Marja van Graft)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Bij het herformuleren, neemt de leraar deel aan de discussie. Hij herneemt, geeft terug en vraagt aan de kinderen of dat is wat ze denken. Hij gebruikt daarbij de gedachte van het kind, maar vervangt deze door de juiste termen en zinsbouw. Daarmee introduceert hij de inhoudelijk relevante begrippen. Belangrijk is wel om dan na te gaan of kinderen deze begrippen in de context van de activiteiten kunnen plaatsen.

4. Wat vraagt dit van leraren?

Inhoudelijke discussie op gang brengen en herformuleren lijken zo eenvoudig, maar het vraagt om een behoorlijke gedragsverandering van leraren, want niet zij stellen de vragen, maar de kinderen. Als de kinderen dat niet doen, zal de leraar vragen moeten uitlokken. Dat kan door een stimulerende activiteit aan te bieden of door een prikkelende vraag te stellen.

Dat vraagt dat de leraar op de hoogte is van de inhoud die wordt onderzocht of van technische principes die leerlingen kunnen gebruiken bij hun oplossingen. Daarnaast kan hij ook verwijzen naar geschikte bronnen (i.e. bronnen op het niveau van de leerling).

Het herformuleren vraagt eveneens om inhoudelijk inzicht van de leraar. Hij zal de gedachten van kinderen immers moeten kunnen volgen en kunnen plaatsen binnen het inhoudelijke kader of moeten richten naar de juiste inhoud en terminologie die past bij het centrale concept in de les. Inzicht in mogelijke onvolledige of preconcepten kan daarbij helpen.

In de CombiList (Damhuis e.a. 2004) worden waardevolle tips gegeven aan leraren om ruimte te scheppen voor mondelinge bijdragen van kinderen.

Enkele tips uit de Combilist:

- Blijf stil, waardoor leerlingen meer tijd krijgen om hun bijdrage te plannen. - Praat zelf minder.

- Geef luisterresponsen en geef daarna de spreekvloer meteen weer vrij voor de leerling: - instemmen: Ja, instemmend knikken;

- korte reactie die laat merken dat de leraar het volgt: Oh of Mmm;

- bewonderende reactie: Zo! of Geweldig!

- vragend of uitnodigend kijken via gericht oogcontact.

- Laat non-verbaal blijken dat u het spannend, leuk of verbazingwekkend vindt.

- Speel vragen en reacties van leerlingen door naar de andere gespreksdeelnemers, in plaats van meteen een eigen antwoord of reactie te geven.

- Accepteer de kijk van de leerling op het onderwerp (in plaats van vasthouden aan en aansturen op de ‘volwassen’ kijk).

- Gebruik betekenisonderhandeling om het onderwerp van de leerling beter te begrijpen.

10