Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Doorlopende leerlijn taal? Dan ook in het hoger onderwijs! Conceptuele uitgangspunten voor een taalbeleid in het hoger onderwijs (Frans Daems & Wilma van der Westen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

4. Hoger onderwijs

De ‘schuld’ voor taalvaardigheidstekorten in het hoger onderwijs wordt naar onze mening geregeld te eenzijdig gelegd bij het toeleverende onderwijs (primair en voortgezet of secundair onderwijs). Bovendien wordt ook de oplossing te eenzijdig in deze onderwijssectoren gezocht. Waar in het hoger onderwijs aandacht is voor taalvaardigheid, wordt al snel gezocht naar oplossingen zonder voorafgaandelijk gedegen onderzoek. Er worden toetsen ontwikkeld, er komen bijspijkercursussen, etc. Onderzoek naar de taalvaardigheid van studenten binnen het hoger onderwijs ontbreekt. Dat maakt het lastig om vast te stellen wat het taalniveau van de student is en wat hij zou moeten kunnen.

In deze bijdrage willen we een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een visie op taalbeleid in het hoger onderwijs. Waar zou een taalbeleid in het hoger onderwijs zich op moeten richten? Uit welke conceptuele uitgangspunten dient een keuze gemaakt te worden?

Belangrijk is alvast de vraag vanuit welke opvatting van taal en taalvaardigheid een taalbeleid vertrekt. Er zijn verschillende opvattingen en welke opvatting men kiest, is behoorlijk bepalend voor de vormgeving, de inrichting en de reikwijdte van een taalbeleid.

In een smalle opvatting van taal en taalvaardigheid is iemand taalvaardig wanneer hij een bepaald niveau van kennis van vaak op zichzelf staande taalelementen bereikt. Die kennis kenmerkt zich door een hoge dosis van vormelijke correctheid – structuur van woorden en zinnen, woordvoorraad en taaleigen, technisch correct spreken en spellen – en wordt aangewend bij mondeling en schriftelijk en bij receptief en productief taalgebruik, maar is er niet echt in geïntegreerd.

Een brede opvatting van taal en taalvaardigheid is competentiegericht. Ze omvat eveneens kennis van taalelementen en vormelijke correctheid. Deze zijn ingebed in een ruim repertoire van talige en andere cognitieve middelen en in de strategieën en de attitudes die de taalgebruiker inzet in allerlei functionele taaltaken, rekening houdend met de contextueel-situationele, stilistische, sociale en pragmatische factoren in de taalgebruikssituatie. Die functionele taaltaken zijn gericht op de verwerking en de verwerving van informatie, op zelfexpressie, op communicatie en interactie met anderen, op leren en studeren, etc.

We belichten drie vormen van taalbeleid om deze relatie te verduidelijken:

  1. een taalbeleid dat uitgaat van een smalle opvatting van taal en taalvaardigheid;

  2. een tussenvorm;

  3. een taalbeleid dat uitgaat van een brede opvatting van taal en taalvaardigheid.

4

101