Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Doorlopende leerlijn taal? Dan ook in het hoger onderwijs! Conceptuele uitgangspunten voor een taalbeleid in het hoger onderwijs (Frans Daems & Wilma van der Westen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

4. Hoger onderwijs

4. Een brede opvatting

Een taalbeleid dat uitgaat van een brede opvatting van taal krijgt vorm in elk onderdeel van het curriculum. Het taalbeleid zet in op kwaliteitsverhoging van de gehele opleiding, op de verhoging van het studiesucces en op het bereiken van een zo hoog mogelijk taalniveau van elke student (talentontwikkeling). Er wordt niet alleen ingezet op het bereiken van een minimumniveau; voor alle studenten wordt de lat hoog gelegd! Bovendien is er ruimte om te excelleren.

De opleiding is in zijn geheel – iedereen vanuit zijn functie – verantwoordelijk voor een passende taalontwikkeling. Het taalbeleid omvat een geheel van activiteiten en maatregelen op alle niveaus en terreinen en is geborgd in het kwaliteitsbeleid van de opleiding (voor het secundair onderwijs is zo’n integraal taalbeleid beschreven in Daems 2008). De taalvaardigheidsontwikkeling van studenten is integraal verwerkt in het curriculum van de opleiding. In het toetsbeleid zijn de eisen wat betreft de taalvaardigheid beschreven. Zowel de taalvaardigheid die nodig is voor studiesucces (studiecompetenties) als de taal die nodig is voor de beroepscompetenties (basale vaardigheden alsmede de academische taalvaardigheid) en/of een eventuele vervolgstudie (master of onderzoek) zijn op een systematische en cyclische wijze verwerkt in het curriculum en in het toetsbeleid.

De student weet wat er van zijn taalgebruik verwacht wordt en krijgt via toetsen en systematische feedback van de docent zicht op zijn eigen taalvaardigheid. Op die manier weet hij deze verder te ontwikkelen. Alle docenten geven taalontwikkelend les en weten hoe ze dat moeten doen. Door taalontwikkelend lesgeven wordt een actieve studiehouding gestimuleerd. In dat verband moet ‘lesgeven’ breed opgevat worden. Elk contact tussen student en docent moet een taalontwikkelend karakter krijgen. Het taalontwikkelingsperspectief moet dus ook aanwezig zijn in de opdrachten en de omgang met talige informatiebronnen: docentteksten, artikelen, websites, etc. Taalontwikkelend lesgeven is in deze context een manier van lesgeven – of: begeleiden, coachen – waarin de docent – of: begeleider, coach – nadrukkelijk een rol heeft in het stimuleren en begeleiden van het proces van taalontwikkeling van de student(en) (Van der Westen 2006).

Dit is verankerd in het personeelsbeleid – denk aan: personeelsontwikkelingsplan, scholing, eisen aan taalvaardigheid van docenten, verantwoordelijkheid om taalontwikkelend les te geven, meten in functionerings- en beoordelingsgesprekken. De student neemt zelf zijn taalverwerving ter hand en brengt zodoende zijn taal tot een hoger niveau. Studenten die dit nodig hebben, kunnen gebruik maken van bijkomende taalondersteuning (op maat en al naargelang het geval in groepsverband of individueel). Het taalportfolio heeft niet alleen het karakter van een verzameling (taal)producten, maar heeft ook een procesmatig karakter. De student legt vast hoe hij de taal ontwikkelt, welke taalleerstrategieën hij inzet of ontwikkelt en werkt systematisch aan zijn woord- en tekstendossier.

4

103