Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: E-mail: nettiquette en leesbaarheid (Priscilla Heynderickx & Sylvain Dieltjens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

De onderwerpsregel is een onderdeel dat dikwijls verwaarloosd wordt, hoewel hij van essentieel belang is om een efficiënt e-mailverkeer te bewerkstelligen. Een lege onderwerpsregel, die in ons onderzoekscorpus frequent voorkomt, is uit den boze. Die regel fungeert immers als de structurerende titel van de mail, die het thema aangeeft. Hij is dus te vergelijken met de zogenaamde ‘betreft-regel’ uit papieren brieven. De invulling ervan moet precies en ter zake zijn. Nietszeggende aanduidingen als ‘vraagje’ en ‘aanbod’ laten de ontvanger niet toe om de inhoud van de boodschap in te schatten en bijgevolg ook niet om de urgentie ervan te bepalen. Een terugkerend fenomeen in het onderzoekscorpus zijn de onderwerpsregels die met een opeenvolging van ‘Re:’ en ‘Fw:’ beginnen. De oorzaak daarvan is dikwijls een vorm van gemakzucht. In plaats van een nieuwe mail te beginnen en de ‘to-regel’ in te vullen, haalt de mailschrijver een oudere mail van de beoogde geadresseerde uit zijn ‘inbox’ en doet hij een ‘reply’ daarop. Het spreekt voor zich dat de onderwerpsregel dan nog zelden de inhoud van de mail aangeeft.

De zender van een e-mail moet ook bijzondere aandacht aan de bijlagen besteden. Op technisch gebied moet hij zich afvragen of het attachment in een courant softwareprogramma is opgesteld en of de omvang ervan bij de ontvanger problemen zou kunnen veroorzaken. Met het oog op de archivering is de naam van de bijlage belangrijk. Ook in de dagelijkse onderwijspraktijk worden we daar mee geconfronteerd. Als vijftig studenten een taak elektronisch inleveren en de bijlage allemaal ‘huistaak.doc’ noemen, verliezen wij tijd omdat we die naam in iets specifieks moeten veranderen. In bestandsnamen met een datum is de Amerikaanse notatiewijze praktischer dan de Europese.

5. Taalgebruik

Omdat e-mail een ‘vlug’ medium is, wordt wel eens – ten onrechte – gedacht dat het ook een vluchtig medium is. Daardoor lijkt men minder aandacht te besteden aan de gebruikte taal. Het resultaat is dikwijls een ongestructureerde tekst (in telegramstijl) met tik- en taalfouten en stijlbreuken. Dat is in hoofdzaak om twee redenen problematisch. Ten eerste wordt de leesbaarheid aangetast. Ten tweede ergeren zulke onzorgvuldigheden de lezer. Die twee aspecten zorgen ervoor dat de aandacht van de lezer meer naar de vorm van de boodschap gaat dan naar de inhoud ervan. Het spreekt voor zich dat de effectiviteit en de efficiëntie van de communicatie hierdoor sterk verminderen.

Mailberichten respecteren beter de regels van de netetiquette of nettiquette. Veelal gaat het om eenvoudige beleefdheidsformules in de aanspreking en de slotformule. Bijvoorbeeld: hoewel ‘Beste’ in de aanspreking zeer frequent voorkomt, blijft het een onbeleefde aanspreking, zeker als je in rekening brengt dat e-mailadressen meestal de naam van de geadresseerde bevatten zodat de mail niet naar een onbekende gaat. Ook de Taaltelefoon wijst er in een advies overigens op dat bijvoeglijke naamwoorden niet als zelfstandige aanspreking gebruikt kunnen worden.

112