Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Talige startcompetenties in het hoger onderwijs (Hans de Vries & Wilma van der Westen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

oorzaakt door een gebrekkige beheersing van de grammaticale regels, maar door hun onvermogen om complexe zaken gestructureerd op papier te krijgen. Het opzetten van een logisch opgebouwde, goedlopende tekst is een vaardigheid die studenten vaak niet beheersen. Dit onvermogen komt ook tot uiting in onbeholpen en foutieve formuleringen. Hoewel zowel in het mbo als in de bovenbouw van havo en vwo veel aan schrijfvaardigheid wordt gedaan, wordt verondersteld dat er onvoldoende feedback op de schrijfproducten van leerlingen en studenten gegeven wordt en dat er te weinig systematische aandacht is voor het schrijfproces (Bonset 2008).

Daarnaast is ook de beheersing van de spellingsregels vaak onvoldoende. Jonge mensen hechten minder waarde aan correcte spelling. De communicatiesnelheid lijkt in het tijdperk van sms en msn belangrijker dan het hanteren van de juiste regels. Jongeren blijken bovendien in toenemende mate de regel ‘schrijven zoals je het zegt’ te hanteren (Bonset 2007). Deze ontwikkeling, gecombineerd met de constatering dat een verbetering van de spellingsdidactiek noodzakelijk is (Meijerink 2008), maakt het noodzakelijk om meer aandacht te hebben voor het taalbewustzijn van jonge mensen. Daarmee wordt bedoeld: werken aan het besef dat het belangrijk is om de regels van de taal correct te hanteren.

4. De functie van de ‘talige startcompetenties voor het Hoger Onderwijs’

Het formuleren van standaarden alleen is geen oplossing voor de geschetste problemen. Wel mag verwacht worden dat deze beschrijving duidelijk maakt wat bij de start van het hoger onderwijs van studenten verwacht wordt. Dan wordt duidelijk of dit aansluit bij de eindtermen van het toeleverende onderwijs en of er discrepanties zijn. Dat is ook één van de doelstellingen van het Nederlands-Vlaamse platform ‘Taalbeleid Hoger Onderwijs’ bij het beschrijven van de talige startcompetenties Hoger Onderwijs die de SLO heeft gemaakt. Door die beschrijving weten toeleverende opleidingen immers wat er vanuit het hoger onderwijs op het gebied van taalvaardigheid wordt verwacht. En op basis van de geformuleerde startcompetenties weten de opleidingen uit het hoger onderwijs wat ze op het gebied van taalvaardigheid van eerstejaarsstudenten mogen verwachten en wat niet. Opleidingen mogen bijvoorbeeld niet verwachten dat beginnende studenten reeds thuis zijn in het vakjargon van een vakgebied of reeds in staat zijn om het register uit dat vakgebied te hanteren.

Een andere functie van de standaard is om aankomende studenten de kans te geven om in te schatten in hoeverre zij aan de eisen voldoen en waar zij eventueel nog iets te verbeteren hebben. Tot slot geeft de beschrijving het hoger onderwijs een middel in handen om diagnostische toetsen te maken die in kaart brengen waar de student nog aan moet werken. Ze is een leidraad bij de formulering en invulling van ondersteunende programma’s en bij de begeleiding van de taalontwikkeling van studenten.

118