Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Talige startcompetenties in het hoger onderwijs (Hans de Vries & Wilma van der Westen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

4. Hoger onderwijs

  1. De inhoud van de ‘talige startcompetenties voor het hoger onderwijs’

De startcompetenties zijn niet opleidingsspecifiek en gelden voor alle eerstejaarsstudenten, ongeacht de vooropleiding die ze hebben gevolgd. Ze gelden dus voor alle opleidingen in het hoger onderwijs, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen hbo en universitair niveau. Het beschreven niveau van taalvaardigheid is een voorwaarde voor het volgen van om het even welke studie. Taalvaardigheid kan in die zin dus ook beschouwd worden als studievaardigheid. Het vormt immers de sleutel tot de inhoud van de studies en tot studiesucces. In de beschrijving van de talige startcompetenties is dan ook aandacht voor de rol van taal bij het studeren.

Het is van cruciaal belang dat studenten de juiste attitude hebben en dat ze strategieën kunnen hanteren om eventuele tekortkomingen in hun taalgebruik te compenseren en om hun taalvaardigheid verder te ontwikkelen. Studeren in een bepaalde richting betekent immers per definitie ook taalontwikkeling. Studenten breiden hun woordenschat uit met vaktermen, leren het register van een beroepsgroep en opereren op een steeds hoger abstractieniveau. Bij de startcompetenties is dus ook aandacht gegeven aan de beschrijving van de gewenste attitude en de noodzakelijke taalleerstrategieën voor de (verdere) taalontwikkeling tijdens de opleiding.

De startcompetenties beschrijven het gewenste niveau voor alle vaardigheden met inbegrip van het gewenste niveau voor spelling en grammatica.

  1. Relatie met andere niveaubeschrijvingen

In het vroege voorjaar van 2008 verscheen het rapport ‘Over de drempels met taal en rekenen’ (Meijerink 2008). In het rapport wordt het gewenste niveau voor taal en rekenen beschreven op vier momenten in de schoolcarrière van leerlingen (met name die momenten waarop ze de drempel naar een volgend onderwijsniveau overschrijden). De niveaus drie en vier beschrijven het eindniveau van respectievelijk havo en vwo. Dat eindniveau zou in principe ook het beginniveau van de eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs moeten zijn. Bij de beschrijving van de talige startcompetenties voor het hoger onderwijs is gebruik gemaakt van de niveaubeschrijvingen uit het rapport ‘Over de drempels met taal’.

De niveaubeschrijvingen vormen dus het vertrekpunt voor de startcompetenties en worden aangevuld met een aantal aspecten van het taalgebruik, namelijk attitude, taalstrategieën en taalleerstrategieën. Voor de beschrijving van die strategieën is aansluiting gezocht bij het ‘Raamwerk Nederlands’ (Bohnenn e.a. 2007).

4

119