Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Literatuurkoffers Nederlands (eerste, tweede en derde graad secundair onderwijs) (Hilde Leon)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Voor de groep ‘Verloren zoon – J. Bernlef’

In dit gedeelte vind je verschillende soorten vragen en opdrachten terug:

  • boekgebonden vragen en opdrachten die peilen naar de inhoud van het boek (thema’s en motieven), het taalgebruik, literaire begrippen,...

  • boekonafhankelijke vragen en opdrachten

  • verplichte vragen en opdrachten of taken waaruit je een keuze kunt maken

  • opdrachten die je aanzetten om te praten, te lezen, te schrijven, iets te ontwerpen

Je zit met z’n vieren in een groepje. Iedereen heeft hetzelfde boek gelezen.

Soms ga je alleen aan de slag, soms in duo’s, soms met z’n vieren. Het aantal palmbomen geeft telkens aan met hoeveel personen je de opdracht dient uit te voeren.

Soms begin je met z’n vieren, maar tussendoor krijg je wel eens een opdracht die je individueel of per twee oplost. Aangezien je uiteindelijk toch met z’n vieren eindigt, blijft het aantal palmbomen onveranderd.

1. Jouw mening over het boek

Lees de volgende citaten. Welk citaat zouden jullie aan het boek koppelen? Waarom? Praat erover.

Kunnen jullie zelf een andere uitspraak verzinnen die bij het gelezen boek past?

  •  “Een boek gaat over wat je er zelf uithaalt. Niet over wat de schrijver belangrijk vindt.” (Thea Beckman)

  •  “Een boek is een brief die men schrijft aan alle onbekende vrienden die men op de wereld bezit.” (Delingré)

Bekijk de hulplijn die je kreeg toen je je boek halfweg gelezen had. Ga na welke voorspelling je maakte m.b.t. het vervolg van het verhaal. Klopte je voorspelling? Waar week het verhaal af?

Werden je verwachtingen ingelost?

Wat heeft je verrast of teleurgesteld?

Schrijf individueel de antwoorden op de vragen beknopt neer.

Praat er daarna in de groep over.

130