Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Meervoudig intelligent werken aan taalonderwijs (Henk De Reviere)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Dit zijn werkvormen die eenvoudig ingebouwd kunnen worden in elke les en betrekking (kunnen) hebben op verschillende inhouden. Van elke didactische structuur is bekend hoe die aansluit bij bepaalde intelligenties. Zo kunnen taallessen door het opnemen van een aantal didactische structuren toegankelijk gemaakt worden voor leerlingen met diverse voorkeursintelligenties.

3.1 Verbale intelligentie (VL) of Verbaal – linguïstische intelligentie (NL) of Woord Knap

Het kind denkt ...

Het kind denkt vooral in woorden en begrippen.

Het kind wordt aangetrokken door...

grapjes, grollen, verhaaltjes, brieven, gedichten, discussies, boeken, kruiswoordpuzzels, kranten, tijdschriften, kringgesprekken, toneelstukjes, spreekbeurten boekbesprekingen, etc. Voorbeeld van een didactische structuur: RondPraat

3.2 Logische intelligentie (VL) of Logisch – mathematische intelligentie (NL) of Reken / Redeneer Knap

Het kind denkt...

Het kind denkt in systemen, redeneert altijd en analyseert graag.

Het kind wordt aangetrokken door...

cijfers, patronen, verbanden, symbolen, vraagstukken, geschiedenisfeiten (jaartallen), topografie, puzzels, constructiemateriaal, grafieken, schema’s, formules, vergelijkingen, berekeningen, rekenmachines, computers, spellen, tijdlijnen, logica, codes, theorieën, schaken, etc.

Voorbeeld van een didactische structuur: TweeVergelijk

3.3 Ruimtelijke intelligentie (VL) of Visueel – ruimtelijke intelligentie (NL) of Beeld / Ruimte Knap

Het kind denkt...

Het kind denkt in beelden en voorstellingen.

Het kind wordt aangetrokken door...

mozaïeken, tekeningen, schetsen, cartoons, videobanden, pictogrammen, illustraties, modellen, kaarten, diagrammen, posters, muurkranten, foto’s, schilderijen, knutselwerken, kleuren, vormen, afstanden, powerpoint, kunst, films, dia’s, musea, strips, computer, lego, etc.

Voorbeeld van een didactische structuur: BreinKaart

14