Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: De kunst van het verleiden (Majo de Saedeleer)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

5. Literatuur

Het juryverslag:

“Vriendschap en afscheid lijken de vaste thema’s in het werk van Mireille Geus. Naar Wolfis het verhaal van een jongensvriendschap met weerhaken. Is het een vriendschap als je vriend dwingt en verheimelijkt, als hij nu eens nadert en dan weer vlucht, als de relatie je aanzuigt, maar je gevoelens worden bespeeld? Naar Wolfis een verhaal van jaloezie, over trouw en ontrouw, over onuitgesproken en onbeantwoord verlangen. Mireille Geus overtuigt door de gekozen vertelperspectieven, de intelligente opbouw van het verhaal, de symboliek, de fijnzinnige portrettering van zowel de puberjongens als de moeders, de subtiele mix van wat gezegd wordt en wat ongezegd blijft. De drukkende sfeer zit hem – zoals het hoort – niet in de benoeming maar in de suggestie”.

“Deze vriendschap doet pijn. Maar de verliezer is uiteindelijk de winnaar. Bij het onherroepelijke afscheid is de hoofdpersoon in staat om de vergleden vriendschap af te ronden en zijn vriend vaarwel te zeggen, dankbaar voor wat er was en accepterend wat het maar was”.

“Mireille Geus is een auteur die kinderen binnenleidt in de ‘grote’ literatuur”.

Gesprek:

Wat is volgens u het verschil tussen ‘de grote literatuur’ en jeugdliteratuur? Waarom, denkt u, verwijst de jury hier naar de ‘grote literatuur’? Zou u overwegen om Naar Wolfte lezen? Waarom wel? Waarom niet? Houdt u van literatuur die meer suggereert dan ze vertelt? Of verkiest u een rechttoe-rechtaan verhaal? Wat kan de waarde van beide zijn? Mogen we, volgens u, kinderen in boeken confronteren met teleurstellende vriendschappen? Indien wel, zitten daar voorwaarden aan vast?

d. Een Vlag en Wimpel voor Vertrektijd van Truus Matti, uitgeverij Lemniscaat.

Het juryrapport:

“‘Ik wil een spannend verhaal (... ) Het moet gaan over ... over een meisje zoals ik. Niet precies zoals ik natuurlijk. Maar wel dat ze op me lijkt. Ze is bijvoorbeeld verdwaald. Of nee, misschien is ze iets kwijt. Iets belangrijks, maar wat weet ik nog niet ... en daar gaat ze dan naar zoeken...’

Zo’n verhaal wil Muis van haar vaak afwezige vader krijgen. Het is ook het verhaal dat Truus Matti voor haar lezers schrijft.

‘Ik begin’, had hij gezegd. ‘Dan ga jij later verder’.

Truus Matti lost - net als vader Wiek - die belofte in. Maar dat verdergaan is noch voor Muis, noch voor de lezer een geringe opgave”.

5

145