Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Zes niveaus van literaire ontwikkeling (Theo Witte)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

2.2 Niveau 2: Beperkte literaire competentie

Leerlingen van dit tweede niveau hebben wél enige ervaring met het lezen van fictie, maar hun leesontwikkeling is onvoldoende om door te dringen in een (roman)werkelijkheid die sterk afwijkt van hun belevingswereld. Ze zijn in staat om zeer eenvoudige literaire teksten te lezen, te begrijpen en te waarderen en kunnen verslag uitbrengen over hun persoonlijke leeservaring en smaak. Belangrijk is dat ze de opvatting koesteren dat literatuur realistisch moet zijn. De manier van lezen kan dan ook getypeerd worden als herkennend lezen. De boeken die deze leerlingen aankunnen,

  • zijn geschreven in alledaagse taal;

  • hebben een eenvoudige structuur en sluiten aan bij hun belevingswereld;

  • hebben meestal adolescenten als hoofdpersoon;

  • bezitten een dramatische verhaallijn waarin handelingen en gebeurtenissen elkaar in een betrekkelijk hoog tempo opvolgen;

  • onderbreken de spanning af en toe door gedachten en beschrijvingen.

Boeken als Bor van Joris Moens, Wierook en tranen van Ward Ruyslinck, en Kinderjaren van Jona Oberski vallen in deze categorie.

2.3 Niveau 3: Enigszins beperkte literaire competentie

Dit soort leerlingen heeft ervaring met het lezen van eenvoudige literaire teksten. Ze zijn in staat om eenvoudige literaire werken te begrijpen, te interpreteren en te waarderen en naar aanleiding van een boek te discussiëren. Literatuur is voor hen een middel om de wereld te verkennen en hun eigen gedachten over allerlei kwesties te vormen. Hun ontwikkeling en motivatie zijn daarom toereikend om in een enigszins complexe romanstructuur en in de wereld van volwassenen door te dringen. De manier van lezen op dit niveau is te typeren als reflecterend lezen. De boeken die deze leerlingen aan kunnen,

  • hebben een complexe, maar transparante structuur, waarin naast de concrete betekenislaag ook sprake is van een diepere laag;

  • sluiten qua inhoud en personages niet direct aan bij de belevingswereld van adolescenten, maar het verhaal appelleert aan vraagstukken die hen interesseren;

  • kunnen complicerende verteltechnische procedés bevatten, zoals ‘tijdsprongen’ en ‘perspectiefwisselingen’, indien deze voldoende expliciet zijn;

  • roepen vragen bij de lezer op (open plekken) en hebben doorgaans een open einde.

Voorbeelden zijn: Büch, De kleine blonde dood; Krabbé, Het gouden ei; Giphart, Phileine zegt sorry en Lanoye, Kartonnen dozen.

152