Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Zes niveaus van literaire ontwikkeling (Theo Witte)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

‘experts’ uit te wisselen. Door hun belezenheid, hun hoog ontwikkelde algemene kennis en hun specifieke culturele en literaire kennis kunnen ze zowel binnen als buiten de tekst verbanden leggen en betekenissen genereren. Literatuur helpt hen in hun ogen greep te krijgen op de werkelijkheid. Ze lezen academisch. De teksten die deze leerlingen aankunnen,

  • zijn geschreven in een moeilijk toegankelijke, literaire stijl;

  • hebben een gelaagde en complexe structuur, waardoor het moeilijk is om in het verhaal door te dringen en de betekenis ervan te duiden;

  • hebben symbolische kenmerken;

  • bevatten voor een adequate interpretatie wezenlijke verwijzingen naar andere teksten en kennis (intertekstualiteit).

Voorbeelden: Claus, Het verdriet van België; Kellendonk, Mystiek lichaam; Nooteboom, Rituelen; Mulisch, Het stenen bruidsbed; Vondel, Lucifer.

  1. Literatuurdidactiek

Wat betekenen deze zes niveaus voor de literatuurdidactiek? In de vakliteratuur wordt al sinds heel wat jaren een debat gevoerd over de rol van de canon en over een ‘tekstervarende’ dan wel ‘tekstbestuderende’ benadering. Sommigen vinden het aanbieden van ‘lage’ literatuur en adolescentenliteratuur verwerpelijk en achten cultuuroverdracht het hoofddoel van literatuuronderwijs, terwijl anderen het belang van leesplezier en de eigen leeservaring vooropstellen. De consequentie van een ontwikkelingsgerichte didactiek is dat het aanbieden van betrekkelijk eenvoudige boeken en opdrachten noodzakelijk is voor de literaire ontwikkeling van een beginner. Leerlingen met heel weinig leeservaring – bijna de helft in havo en vwo 4 ! – zijn niet gebaat bij structuuranalyse en cultuuroverdracht en evenmin bij het lezen van ‘literaire’, tamelijk complexe boeken zoals De aanslag of De Kapellekensbaan. Maar leerlingen die in literair opzicht al behoorlijk gerijpt zijn, hebben daar juist wel baat bij. Docenten die eenzijdig of voor een tekstbestuderende of voor een tekstervarende benadering kiezen, leerlingen de vrije hand bieden of streng hoge literatuur voorschrijven, verwaarlozen in pedagogisch-didactisch opzicht een deel van hun klas. Zolang de verschillen tussen leerlingen in het begin van de vierde klas zo groot zijn als uit leesautobiografieën blijkt, moet de docent van verschillende markten thuis zijn.

  1. Tot besluit

De niveaus hebben in Nederland een zekere formele status gekregen, omdat ze zijn opgenomen in de doorlopende leerlijn voor taal (Expertgroep doorlopende leerlijn taal

154