Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Intertekstueel lezen in de klas (Ad van der Logt)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

5. Literatuur

gekozen om de leerlingen door middel van gedifferentieerde sturing op weg te helpen. Verwijzingen waarvan verondersteld wordt dat ze gekend zijn, kregen een lege hyperlink als aanduiding. Bij meer gecompliceerde verwijzingen bevatten de hyperlinks verschillende aanwijzingen. Daarbij zijn de volgende niveaus van (veel naar minder) sturing te onderscheiden:

  • niveau 1: alle informatie geven

  • niveau 2: sturing via vraag of opdracht

  • niveau 3: sturing via hyperlink

  • niveau 4: kale verwijzing

  • niveau 5: aanduiding met lege hyperlink

  • niveau 6: geen enkele aanduiding in de tekst

Tijdens de presentatie zullen deze niveaus aan de hand van de eerste paragraaf van Mystiek lichaam worden gedemonstreerd.

De verdiepende activiteit – hier: het lezen van het opstandingsverhaal bij de vier evangelisten – heeft een tweeledig doel. Enerzijds ontdekken de leerlingen dat er verschillende versies van opstandingsverhaal bestaan. Anderzijds leren ze, wanneer ze die teksten lezen op www.bijbelencultuur.nl of http://www.statenvertaling.net/ dat de opstanding van Christus als intertekst fungeert bij ontelbare romans, toneelstukken, schilderijen, etc.

3. Didactisch model 2: het OVUR-model

Het OVUR-model is uitermate geschikt als didactisch principe bij intertekstueel lezen. De docent zorgt er namelijk voor dat de leerlingen zich oriënteren en voorbereiden op de te lezen roman. Dat kan door allerlei oriënterende opdrachten. Het OVUR-model biedt tevens de mogelijkheid om gedifferentieerd te werken. De docent dient hierbij te denken aan de verschillende niveaus van literaire competentie die Witte (2008) in zijn proefschrift Het oog van de meester onderscheidt. Zo is niveau A in het hier onderstaande schema bedoeld voor leerlingen met een (heel) uitgebreide competentie (Witte: niveau 5 en 6); niveau B sluit aan bij de enigszins beperkte competentie (Witte: niveau 4). Uit de invulling van de lessenserie met de daarbij gekozen niveaus blijkt dat de sturing in niveau A minder sterk is dan in niveau B.

5

157