Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Van biezenstekkers, rijke luizen en lieden op de dool. 19de-eeuwse teksten in de klas (Johan van Iseghem)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

5. Literatuur

3.2. Na de tekst: ervaringen, meningen, overleg

Er zijn onopgeloste vragen, vreemde verbanden, ‘gaten’ in de tekst – zonder eensluidende oplossingen.

  • Wat deed Andrie buiten? Gewoon een plasje maken? Verkende hij de plek voor de moord, de schuilplaats in de boomgaard? Wachtte hij voor die verkenning het goede moment af? Baaske-Wie kon hem niet volgen: hij was ‘vierde man’ in het kaartspel. Net dan komt Leu binnen. Heeft hij Andrie buiten gesproken? Wisten ze dat de burgemeester zou passeren?

  • Waarom sterft de burgemeester? Bekijk de beschrijving: hij valt uit de toon. De anderen schuilen in het donker; hij wil licht. Hij wint het spel, verdient geld, lacht met het verlies van de anderen. Willen ze hun geld terug? Hij erkende evenmin het risico van een dijkbreuk: is dit wraak?

  • Waarmee associëren we dat rode oog van Andrie? Een demonische figuur (vgl. Moenen in Marieken van Nieumeghen), het ‘kwade’ of ‘boze oog’? Wat leert ons de volksverhalenbank? De rode kolen in de kachel gloeien in de nacht, zoals Andries oog. Is het kaartspel een duivelse bedoening?

Belangrijk: aantonen dat:

  •  er in het ‘oude’ verhaal ‘modernistisch’ aandoende interpretatieruimte is;

  •  actieve lezersparticipatie niet enkel bij hedendaags proza bestaat;

  •  er met spookachtige suggestiviteit wordt gewerkt; surrealistisch bijna;

  •  ‘oude’ verhalen kunnen intrigeren.

4. Taal en stijl

Het gedicht ‘bestaat’ niet. Het is een collage van zinsneden uit het verhaal. Vergelijk met de prozatekst: sommige zinnen zijn bijna identiek:

Het regende. Aanhoudend regende het / Elkendeen zweeg in de zondagavond / Op de ruiten klepperden de dikke droppen / De stoof ronkte in het midden / Het water komt / Golvend loeide de stroom, smeet tegen de planken, en heel de dijk wankte en kraakte / Blauwe klaarten kwamen [... ] en ’t begon te dagen / En Baaske herdacht deze nacht / Hij [... ] keek naar ‘t venster en aan de hemel wapperde de zon als een gouden vaandel.

Dit proza is ‘poëtisch’ én ‘ritmisch’. Leerlingen onderzoeken een onderdeel in groepjes: ritme, assonantie, alliteratie, soms rijm. Ze stippen opvallende zinnen en passages aan, lezen expressief voor, rapporteren erover: deze inhoud is stilistisch ‘opgesmukt’.

5

169