Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Van reclame naar sprookjes: integratie van vaardigheden (Hendrik Degroote)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

ervaringsgerichte en taakgerichte taalonderwijs zal ervoor zorgen dat leerlingen hun denkcapaciteiten moeten aanspreken (meer dan leerlingen die passief uitleg moeten ondergaan). Het vak Nederlands kan zoals vele andere vakken op school een substantiële bijdrage leveren tot leren denken.

Integratie en transfer spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van wat in het leerplan staat. Integratie betekent dat men verschillende doelstellingen en leerinhouden binnen één leersituatie betrekt. In plaats van afzonderlijke spreek-, luister-, lees- en schrijflessen ontwerpt men dan (geïntegreerde) ‘taalklassen’, waarin doelen op het gebied van de vier taalvaardigheidaspecten nagestreefd en gerealiseerd worden. Transfer houdt de overdracht van het leerresultaat van de ene leersituatie naar de andere in. Om echt zinvol te zijn, moeten de leersituaties aansluiten bij het reële leven van de leerlingen in en buiten de school. Het leerplan onderscheidt twee belangrijke componenten: taal en literatuur. Steeds gebruik je als leerkracht tekst als toegang.

Het vertrekpunt is de leerling en zijn leefwereld. Op die manier kan een leerroute ontwikkeld worden. Een groot struikelblok hierbij is dat de leefwereld van de leraar niet altijd even gemakkelijk aansluiting vindt bij die van de leerling. Wat geletterdheid betreft, is de afgelopen decennia een verschuiving gebeurd van een literaire naar een multimediale geletterdheid. De leerkracht groeide op in tijden waarin literaire geletterdheid (boeken) van groot belang was en staat tegenover leerlingen die opgroeien in een gedigitaliseerde wereld (computers, internet...) en multimediaal geletterd zijn. Tussen leerkrachten en leerlingen dreigt dus mogelijk een “digitale” kloof. Daarnaast is de afgelopen jaren een totaal ander klasbeeld ontstaan. Klassen zijn niet langer homogeen samengesteld, maar bestaan meer en meer uit leerlingen met een verschillende raciale en etnische achtergrond en met heel eigen noden en behoeften. Daarnaast is het van belang dat het onderwijs (conform de maatschappelijke evoluties) openstaat voor multimediale en digitale alfabetisering; net zoals het vroeger ook openstond voor de literaire alfabetisering. Bovendien scoorden leerkrachten tijdens hun eigen opleiding vooral omdat de reproductiegerichte leerstijl sterk werd benadrukt.

Het vergt heel wat denkwerk om niet alleen oog te hebben voor een andere leerstijl als beginsituatie, maar ook voor een anders opgegroeide leerling.

In deze werkwinkel probeer ik handreikingen te bieden om aansluiting te vinden bij de leefwereld van de leerlingen door over aangepast lesmateriaal te spreken.

In het eerste deel geef ik een kijk- en luisteropdracht: een stukje Vlaamse kleinkunst met visuele ondersteuning voor de leerlingen. Terwijl de leerlingen het liedje horen, krijgen ze de tekst geprojecteerd op het scherm. De concentratie op de tekst wordt groter, het aanbod is aantrekkelijker en de boodschap van het liedje is duidelijker. De leerkracht heeft zeker meer werk. Hij moet met Windows Movie Maker kunnen werken en moet bovendien kunnen beschikken over de noodzakelijke infrastructuur. Nog belangrijker zijn de opdrachten die hij bij het liedje bedenkt. Hierna een aantal mogelijkheden:

188