Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Taaltoetsen voor taalzwakke leerlingen in het primair onderwijs (Erik van Schooten)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

1. Basisonderwijs

1

  1. Het blijkt dat de (sub)toetsen niet erg hoog samenhangen met de oude indeling naar leerling-gewicht noch met of de leerlingen thuis een vreemde taal spreken. Duidelijk is dat een belangrijk deel van de leerlingen die voorheen het hoogste gewicht kregen (allochtoon en van lage sociaal economische status) niet de laagst scorende leerlingen zijn.

  2. Er is forse partijdigheid geconstateerd in de (sub)toetsscores. Meetinvariantie ontbreekt voor leerlingen jonger vs. ouder dan ongeveer 6 jaar, voor leerlingen die het Nederlands wel of niet als moedertaal hebben en voor leerlingen uit verschillende sociaaleconomische milieus. Duidelijk is dat de (sub)toetsen in de onderscheiden groepen niet alleen met een verschillende betrouwbaarheid en op een verschillende schaal (thuistaal en leeftijd) meten, maar zelfs ongelijke vaardigheden (thuistaal, leerling-gewicht en leeftijd) registreren. De schaalverschillen belopen een halve tot een hele standaarddeviatie. Bij gebruik van een nieuwe coulante vorm van toetsing (RDR in plaats van Chi2) blijft alleen de meetinvariantie over leeftijdgroepen significant geschonden. Bij leerlingen jonger en ouder dan ongeveer zes jaar meten de subtoetsen ongelijke aspecten van taalvaardigheid. Het blijkt dat het meetmodel dat weergeeft welke aspecten van taalvaardigheid door de verschillende (sub)toetsen gemeten worden, zeer goed past bij de leerlingen ouder dan ongeveer zes en relatief slecht bij de leerlingen jonger dan ongeveer zes. De conclusie luidt dat de (sub)toetsen niet bij leerlingen jonger dan zes afgenomen moeten worden, als aan de scores consequenties verbonden worden op individueel niveau. Voor onderzoek op groepsniveau lijken de toetsen wel geschikt.

  3. Het vooraf selecteren van leerlingen op grond van leerling-gewicht, sekse, thuistaal en het oordeel van de leerkracht over de taalvaardigheid Nederlands van de leerling, om zo bij slechts een deel van de leerlingen taaltoetsen af te nemen en op een efficiëntere wijze de 25% slechtst presterende leerlingen te detecteren, raden wij af. De voorspellende kracht van de genoemde variabelen blijkt te gering.

Om na te gaan hoe goed de voorspellende waarde van de toetsen is voor later presteren, is een meting van het taalvaardigheidniveau van dezelfde leerlingen in groep 3 en 4 nodig. Indien men besluit tot deze longitudinale dataverzameling, kan tevens nagegaan worden in hoeverre de taalscores schools presteren voorspellen en of de gevonden partijdigheid bij oudere leerlingen vermindert. Gegeven de uitstekende ‘modelfit’ bij leerlingen van zes tot acht jaar, lijkt dit voor partijdigheid naar leeftijd zeer waarschijnlijk. Of de andere gevonden partijdigheid leeftijdafhankelijk is, is een open vraag.

  1. De toetsen blijken gemakkelijk af te nemen bij de jonge leerlingen. Leraren verrichten de afnamen niet minder goed dan getrainde testleiders.

  2. De selecte steekproef van schoolleiders die deelnam aan het onderzoek, staat over het algemeen positief tegenover het toetsen van leerlingen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs.

19