Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Spelen met spelling (Marijke Bouwhuis & Heidi Smits)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

6. LOPON2

Volgens Anneke Smits (z.j.) is spelling in essentie geen strategisch proces. Van kinderen tot een jaar of elf kun je bovendien nauwelijks goed georganiseerd strategiegebruik verwachten. Daarnaast blijkt dat, áls er al gebruik wordt gemaakt van strategieën, betere spellers dat beter kunnen.

Hoe leren we dan wel spellen? Anneke Smits wijst op het belang tussen spraak en schrift. Gedurende het lees- en spellingleerproces vindt een nauwkeurige letter-voorletter / klank-voor-klank-integratie plaats. Het geheugen maakt op plaatsen van ‘gaten’ aanvullende representaties. Bovendien blijkt dat de door het informatieverwerkingssysteem gevormde ‘regels’ nauwelijks door nieuwe, van buitenaf aangebrachte strategieën te beïnvloeden is. Woorden moeten dus meteen zo goed mogelijk opgenomen en ingeslepen worden. Een goede begeleiding, goede feedback, en een duidelijke relatie tussen spraak en schrift is dus vanaf het begin heel belangrijk. Smits pleit er voor om bij heel zwakke spellers te werken met een corpusgerichte basis. Kinderen oefenen gericht met een goed doordachte verzameling woorden die echt moeilijk zijn voor het kind. Deze woorden worden onder meer met behulp van de computer ingeprent. Doel is het behoud van de spellingkennis en de automatisering van de spellingvaardigheid. Ieder woord moet eerst hardop uitgesproken worden voordat het geschreven wordt.

Ook Frans Daems (2006) geeft aan dat het geheugen een centrale rol speelt bij spellingprocessen. Spellingkoppelingen tussen klanken en grafemen worden geleerd door er steeds weer mee in contact te komen en door ze te gebruiken in verschillende contexten. De betekenis van het woord speelt daarbij natuurlijk ook een rol. Het woord ´wij´ betekent iets anders dan het woord ´wei´. Door veel te schrijven, leer je volgens Daems beter spellen. Hierdoor verstevig je namelijk bestaande koppelingen en maak je nieuwe koppelingen. Zo slijp je woorden in. Spellers maken veel meer fouten in minder frequent voorkomende koppelingen. Bij woorden zoals ‘wei’ en ‘wij’ zorgt het geheugen ervoor dat de meest frequent gebruikte vorm het eerst beschikbaar komt. Wanneer woorden worden ingeprent, blijkt het lezen van het woord alleen onvoldoende. Effectieve stappen om woorden in te prenten, zijn het overschrijven van het woord, spellingproblemen in het woord aanwijzen, het woord hardop lezen en het hardop spellen van het woord zonder het te zien. Vervolgens zouden kinderen onmiddellijk feedback moeten ontvangen.

Bovenstaande ideeën en haar meer dan dertig jaar lange ervaring als leerkracht waren voor Heidi Smits, taalcoördinator en interne begeleider (IB’er) op de basisschool De Wegwijzer in Drunen een aanleiding om haar spellingonderwijs aan te passen. Basisschool De Wegwijzer gebruikt al een flink aantal jaar allerlei coöperatieve werkvormen. Op verschillende manieren worden deze werkvormen ook toegepast binnen het stel- en spellingonderwijs. Heidi Smits ontwikkelde allerlei samenwerkingsvormen voor kinderen die ze gebruikt bij het inprenten van woorden bij spelling.

6

207