Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: De meerwaarde van strips in je klas (Hilde Van den Bossche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

1. Basisonderwijs

1

Binnen de discussie over ‘kennen’ en ‘kunnen’ lijkt het helemaal ongepast te beweren dat strips een meerwaarde kunnen betekenen in de klas. Voor velen hoeven kinderen helemaal niets te kennen over strips: wat valt daarover nu te kennen? Voor velen hoeven ze ook helemaal niets te kunnen in verband met strips: het is een apart medium, met aparte regels en afspraken die niet binnen een school gerealiseerd kunnen worden.

En toch wordt van het onderwijs verwacht dat het:

  • aansluit bij de leefwereld van kinderen;

  • kinderen aanspreekt in de zone van naaste ontwikkeling;

  • kinderen nieuwe horizonten laat ontdekken in een veilige sfeer;

  • aandacht heeft voor de beeldcultuur die overal in de maatschappij aanwezig is en doelbewust wordt ingezet;

  • kinderen bewust leert omgaan met de beeldcultuur in het algemeen en specifiek;

  • kinderen kennis en kunde bijbrengt op een zo geïntegreerd mogelijke manier in een functionele omgeving;

  • kinderen vooral veel zelf laat ontdekken in een doelgericht kader.

Nederlands in de lagere school moet in een breed kader gegeven worden. In de ‘Krachtlijnen van het Katholiek Onderwijs’ (2000), staat: “In taalgebruik komt het er immers op aan kinderen nieuwe situaties met hun taal te leren aanpakken en beheersen” (p. 8). Een middel daarvoor is met kinderen binnen het onderwijs op een doelbewuste, zinvolle en uitdagend-prettige manier taal te beschouwen. Taal beschouwen bestaat uit twee aspecten: ‘taalgebruik’ en ‘taalsysteem’. Taalgebruik toont manieren van denken, strategieën en denkstappen van kinderen en andere taalgebruikers. Taalsystematiek bestudeert het regelsysteem dat kinderen reeds hebben verworven door hun taalkundige competentie en zorgt voor manieren om alles expliciet te laten verwoorden.

Taalgebruik en communicatie werken rond de negen vragen van het communicatieschema2: de zender, de boodschap, de werkelijkheid van de boodschap, de ontvanger, de bedoeling, de manier waarop, de omstandigheden, de weg en de middelen, de reactie en het effect. Taalsysteem heeft het over grammatica. Grammatica wordt dikwijls verengd, maar beslaat een brede waaier: fonetiek, fonologie, morfologie, syntaxis, lexicon, semantiek.

2. Hoe passen strips in dit kader?

Binnen strips geldt een eigen taalgebruik en een eigen taalsysteem. Strips behoren tot de leefwereld van kinderen en volwassenen. We leven op dit ogenblik in een maatschappij waarin beeldcultuur belangrijk is en waarbinnen zowel talige als niet-talige elementen een plek krijgen. Strips balanceren tussen ‘gemakkelijk’ en ‘uitdagend’. Ze

21