Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: In de schoenen van de tweedetaalleerder (Sylvia Bacchini & Hanneke Pot)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

6. LOPON2

Ronde 3

Sylvia Bacchini en Hanneke Pot

INHOLLAND, lerarenopleiding primair onderwijs, Haarlem Contact: sylvia.bacchini@inholland.nl

hanneke. pot@inholland. nl

In de schoenen van de tweedetaalleerder

Ook al hebben we de intentie om studenten heel wat bij te brengen over het Nederlands als tweede taal, als ze niet zelf in de schoenen van de tweedetaalleerder hebben gestaan, beklijven de lesinhouden slechts ten dele. Eigen ervaring gaat immers vooraf aan het doorzien van wat taalverwerving inhoudt. Welke processen zijn ermee gemoeid op emotioneel en cognitief vlak? Wat heeft het te maken met faalangst? Welke technieken zijn het meest efficiënt? En wat zijn de valkuilen voor de goedbedoelende leraar?

In onze presentatie willen we met de deelnemers in de huid kruipen van de tweede-taalleerder en vanuit dit vertrekpunt bovenstaande vragen doornemen. In een simpele casus geven we praktische voorbeelden, gekoppeld aan de theoretische principes van taalverwerving. Veel studenten vinden deze startervaring de belangrijkste eyeopener van hun differentiatieminor NT2.

Kinderen die hun schooltijd beginnen met een omvangrijke woordenschat kunnen de leerkracht gemakkelijk volgen, begrijpen de voorleesverhalen en opzegversjes beter, kunnen in de kring goed meedoen en leren dan ook snel de betekenis van de nieuwe woorden waar ze op school in aanraking mee komen. Het is immers zo dat, hoe meer woorden je al kent, des te gemakkelijker je weer nieuwe woorden leert. Aan het vergroten van de woordenschat wordt veel aandacht besteed in het onderwijs, en in het bijzonder in het onderwijs aan anderstalige peuters en kleuters. Die bijzondere aandacht voor woordenschat berust niet op willekeur. Een goed fundament aan woordkennis is immers een voorwaarde voor schoolsucces (McWilliam 1999; Verhallen & Verhallen 1994). Veel anderstalige kinderen komen echter op de basisschool met een heel beperkte kennis van de Nederlandse woordenschat.

De politiek en de samenleving verwachten van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en het onderwijs dat zulke kinderen binnen ‘no time’ hun achterstand hebben ingehaald. Jonge kinderen kunnen echter niet ‘zomaar vanzelf’ een tweede taal leren. Leerkrachten en leidsters moeten veel aandacht besteden aan:

• een zeer heldere context waaruit de kinderen zonder enige problemen de betekenis van nieuwe woorden kunnen achterhalen;

6

211