Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Boekenknabbels als boekpromotie (Barbara Linsen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

- de leerlingen beluisteren een voorgelezen fragment op cd, cd-rom, mp3, etc. (zie: hoekenwerk).

  1. Curieuze neuzen en mosterdpotten

Het moeilijke aan de ‘boekenknabbels’ is dat ze kinderen ‘geleid’ door het boek loodsen. Dat wil zeggen dat ze het boek maar stukje per stukje mogen verkennen. Er wordt bijvoorbeeld regelmatig na het lezen van een fragment gevraagd hoe de leerlingen denken dat het verhaal zal verdergaan. Uiteraard mogen ze de bladzijde pas na het beantwoorden van die vraag omslaan! Ook bij mijn studenten merkte ik dat het heel moeilijk is om die nieuwsgierigheid in toom te houden. Dat bederft natuurlijk een deel van de pret. Het is dus van belang om hier met je leerlingen duidelijke afspraken rond te maken, maar zeker ook om in je opdrachten heel duidelijk aan te geven wanneer ze al dan niet een blad mogen omslaan. Misschien is een ‘bladzijdebewaker’ wel een goede rol om op te nemen in de taakverdeling van het groepswerk...

Eén studente had er in elk geval al gedeeltelijk iets op gevonden. Ze had het boek ‘verzegeld’ met een klein stukje plakband (kan ook met een touwtje). Alleen wanneer een aantal opdrachten vervuld waren, knipte zij het boek open met haar ‘magische schaar’.

  1. De rol van de leerkracht

Het voorgaande wekt misschien de indruk dat je kinderen volledig zelfstandig aan de slag kunt laten gaan met de ‘boekenknabbels’. Een goede begeleiding van de leerkracht blijft echter noodzakelijk en biedt bovendien een grote meerwaarde.

Met de ‘boekenknabbels’ uit de presentatie wil ik de deelnemers een idee geven van hoe je kinderen met concrete opdrachten (zelfstandig) een bepaald jeugdboek kunt laten verkennen. Een gemis in de meeste ‘boekpromotielessen’ is namelijk dat kinderen de boeken zelf niet doorbladeren en bekijken, betasten, verkennen etc. Dat leidt dan vaak tot lessen waarin de leerkracht alles vertelt over een boek of tot opdrachten waarbij de leerlingen een nieuwe kaft moeten ontwerpen bij een boek of reclame moeten maken voor een boek dat ze eigenlijk niet echt kennen. Dan zouden de opdrachten vooraf gebruikt kunnen worden. Zoals ik in de inleiding reeds aangaf, passen deze ‘boekenknabbels’ het best binnen een heel ruime waaier aan leesbevorderingsactiviteiten.

(Een uitgebreide versie van deze bijdrage, samen met 4 bundels ‘boekenknabbels’ rond de boeken van Roald Dahl, verscheen reeds in Vonk. Zie: Linsen 2007).

226