Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Alle vakken oog voor taal (Ruud Walst & Wim van Beek)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

dat zij een scherp gevoel moeten hebben voor de taalontwikkelingskansen die zich voordoen tijdens de les.

Een voorbeeld

Juf Elja voert een gesprekje in de kleuterbouw. De kinderen praten na over een Sinterklaasverhaal waarin de Sint maar geen goede mantel kan vinden.

Zo had het gesprek kunnen gaan:

Lk Ja, geen enkele mantel paste. Ze waren te groot of te klein. Ze pasten geen van alle. En toen? Wat hebben ze toen als oplossing bedacht. Weet jij het, Ricardo? Ric (schudt nee .... Stilte ..... vingers gaan omhoog)

Lk   Weet je het niet? Geeft niet hoor. Liesje, vertel jij het maar.

Het is een bijna vanzelfsprekend gespreksverloop: Ricardo weet het niet, pientere Liesje mag het zeggen.

Het eigenlijke gesprek verliep anders. Elja zag de taalzwakke Ricardo niet als de storende factor die haar les vertraagde. Integendeel, ze greep de kans om hem juist te prikkelen tot taalproductie. Het gesprek verliep als volgt:

Lk Weet je het niet?

Ric (schudt nee)

Lk Het had te maken met de televisie. Met het journaal ..... het nieuws. Wat gingen ze ook weer zeggen op het journaal... op het nieuws. (stilte.... leerkracht laat vingers omlaag doen)

Ric Misschien eh .... ik dacht ...

LkJa? ....

Ric Ze zeggen...... ‘Wie kan een goeie mantel voor Sinterklaas maken?’

Lk Ja, ze vroegen om hulp, ze gingen om hulp vragen. Inderdaad. Ze vroegen op

het journaal, op het nieuws: ‘Wie kan er een góéde mantel voor Sinterklaas

maken’.

Elja durft stiltes te laten vallen, ze bewaakt de spreekbeurt van Ricardo, ze geeft een opstapje en ze gebruikt een minimale respons (‘ja...?’) die Ricardo uitdaagt verder te gaan. En deze interventies werken: Ricardo praat en kan zijn taal weer even oefenen. Elja’s taalaanbod is bovendien rijk en begrijpelijk. Dank zij het gebruik van parafrases en synoniemen is haar taal interessant voor de betere leerlingen, terwijl het de zwakkere mogelijk maakt om lastige woorden (‘passen’, ‘journaal’, ‘vroegen’, ‘geen van alle’) te begrijpen en op te pikken.

Het gesprek ging over Sinterklaas, maar onderwerpen als wilde dieren, zinken en drijven, magneten, etc. lenen zich natuurlijk evenzeer voor interventies als deze.

Zo bezien, zijn leraren bij elk vak vooral táálleraren. Wat betekent dit voor opleidingsdocenten?

228