Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: De meerwaarde van strips in je klas (Hilde Van den Bossche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

1. Basisonderwijs

1

  • emoties in strips;

  • soorten strips;

  • etc.

Een aantal van de bovenstaande elementen komt ook aan bod in ‘gewone’ leesboeken. Kinderen kunnen patronen binnen de literatuur ontdekken, ontdekken hoe strips daarbinnen passen en hoe ook binnen strips sprake is van ‘kwaliteit’ en ‘rommel’.

4. Een aantal praktische opdrachten

Vanuit een aantal praktische opdrachten wordt de deelnemers handreikingen geboden om na te denken over eigen materialen en zullen ze misschien nieuwe ideeën voelen opborrelen met betrekking tot taalbeschouwing in de brede zin van het woord. Sommige moeilijke elementen worden een pak concreter en gemakkelijker vanuit het aangeboden materiaal.

Ik heb zeker niet de waarheid in pacht, maar heb wel prettige en leerrijke ervaringen met het materiaal en de aanpak achter de rug. Deze ervaringen zijn enerzijds tot stand gekomen in de eigen opleiding – studenten gaan tijdens een vakkenstage3 aan de slag en verdiepen hun inzicht in het fenomeen ‘strips’ – en stammen anderzijds uit gesprekken met leerkrachten lager onderwijs tijdens een navormingssessie voor Pedic4, tijdens HSN-21 (zie: Van den Bossche 2007a) en tijdens een sessie op de tweedaagse taalconferentie voor studenten van de lerarenopleidingen basisonderwijs in Nederland, Vlaanderen en Suriname5 (zie: Van den Bossche 2007b).

De deelnemers blijken steeds enthousiast over de aanpak en het materiaal, omdat het aansluit bij hun leefwereld en omdat het mogelijkheden biedt om een aantal lastige kwesties aan de orde te stellen zonder onmiddellijk frustratie, wrevel of onbegrip uit te lokken. Wel bleek men steeds bezorgd over de eigenheid van strips. Precies daarom wil ik adviseren om ze binnen het onderwijs zeker niet alleen te gebruiken om onderwerpen in te leiden, maar om ze ook een plaats binnen de leescultuur en leesbevordering te gunnen. Kinderen moeten immers ontdekken dat er ook bij strips waardevol en minder waardevol materiaal is en dat strips op een bepaald moment een rol kunnen spelen in het leven van een lezer.

Tijdens de sessie gaan de deelnemers aan de slag met materiaal voor ‘woord- en zinsleer’, ‘het vervoegen van werkwoordvormen’, ‘scheidbare werkwoorden’, ‘verwijswoorden’, ‘tegenstellingen’, ‘het verbeteren van zinnen’, ‘lezen en de betekenis ervan’, ‘naamgeving’, ‘letterlijk en figuurlijk taalgebruik’, ‘spelen met taal’, ‘camerastandpunten’, ‘woordenschat’, ‘wereldoriëntatie (tijd en ruimte)’, ‘de weergave van emoties’, ‘het rubriceren van personages van strips in een rooster (held, meebelever, sterke vriend, professor, onschuldig karakter, vijand, etc.)’, ‘beeldspraak’, ‘een stripleerlijn’, ‘de weergave van geluiden’, ‘het dramatiseren van een stripbladzijde’, ‘krachttermen’, ‘het gebruik van (vreemde) talen’, ‘het beoordelen van de kwaliteit van strips op basis

23