Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: De voorbeeldige opleider. Exemplarisch werken als opleidingsdidactiek (Jo van de Hauwe & Bart van der Leeuw)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

in al dat materiaal niet of nauwelijks verwerkt. In essentie blijft het materiaal bestaan uit tekstboeken en wordt het al dan niet aangevuld met opdrachten waardoor de student de inhoud zelfstandig kan verwerken. Aanduidingen over de manier waarop de lerarenopleider de inhoud ‘aanbrengt’, ontbreken.

In onze bijdrage presenteren we de uitgangspunten van een mogelijke opleidingsdidactiek die we ‘exemplarisch werken’ hebben gedoopt. Hiervoor bouwen we verder op Van den Hauwe (2003).

2. Wat verstaan we onder ‘exemplarisch werken’? De methodiek bestaat uit drie stappen:

  1. Een werkvorm doén

Studenten voeren een bepaalde werkvorm uit. Het gaat om werkvormen, taaltaken, taalactiviteiten, of hoe je het ook wil noemen, die we bruikbaar achten voor de basisschool en die gestoeld zijn op moderne taaldidactische inzichten. De inhoud/het materiaal is uiteraard aangepast aan het niveau van de studenten, zodat de werkvorm authentiek blijft – ze moeten geen ‘kinderrolletje’ spelen – en niet zonder enige aanpassing als modelles kan overgenomen worden door de studenten.

  1. Reflectie op de werkvorm

Na afloop reflecteren de studenten op de werkvorm. De bedoeling is dat ze daarbij de onderliggende taaldidactische inhoud aangereikt krijgen. Dat kan op verschillende manieren: via een gesprek, via het invullen van een individueel vragenblad, via het uitvoeren van een aantal opdrachten of via een combinatie van deze mogelijkheden.

  1. Duiding en transfer

Studenten krijgen een theoretisch kader aangeboden, waardoor ze de reflectie op het ‘exempel’ kunnen koppelen aan de algemene, taaldidactische theorie en de transfer kunnen maken naar andere werkvormen of andere aspecten van de taaldidactiek. Dat kan bijvoorbeeld door een theoretische tekst te bestuderen aan de hand van een aantal ‘verwerkingsvragen’. Verwijzingen naar achtergrondliteratuur zijn hier uiteraard op hun plaats.

232