Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Wordt u ook pro bso-contractwerk? (Martine Verhelst)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

7. Nederlands en vakoverschrijdende projecten

  1. Verandering?

Laat ons heel kort Begeleid Zelfstandig Leren – kortweg: BZL – onder de loep nemen. Bij het horen van deze woorden ontstaat vaak de neiging om te denken aan een uitdaging die enkel voor de durvende leraar is weggelegd. Niets is minder waar. Wat wel waar is, is dat BZL momenteel onderhevig is aan een gedaanteverwisseling. Waar vroeger de klemtoon veeleer op ‘zelfstandig’ lag, zien we nu een verschuiving naar ‘begeleid’. De oorzaak hiervan kunnen we toeschrijven aan het feit dat (vooral bso-) leerlingen vaak hun motivatie verliezen nadat ze een aantal taken individueel voorbereid en/of opgelost hebben. In principe hebben veel van die leerlingen met faalangst te maken. Zelfs als de leraar op zijn hoede is en de intentie heeft om zijn leerlingen te helpen, slaagt hij er niet altijd in om die gevoelens te keren. De klemtoon valt anno 2008 gelukkig steeds vaker op het begeleiden van leerlingen in de ruime zin van het woord. Dat biedt de leraar heel wat meer kansen om zijn leerlingen te motiveren.

Het omvat vooral individuele begeleiding of begeleiding van een beperkte groep. Terwijl een aantal leerlingen zelfstandig aan de slag gaan, ontstaat er ruimte om individueel bij te sturen waar nodig. Contractwerk is een handig middel om de leemtes die ontstaan zijn op te sporen. Wie nood heeft aan hulp, ondersteuning of bemoediging, wordt sneller opgemerkt en kan door de leraar op een rustige manier benaderd worden.

 
  1. Ruimte?

 

Idealiter vinden deze contractwerken plaats in een rustige, grote ruimte waar plaats is voor een ‘bewegende’ leraar. Ook is het van belang dat de leerling het gevoel krijgt dat hij zich vrijelijk in de ruimte kan bewegen, wanneer hij daar behoefte aan heeft. Zo is het goed als leerlingen bijvoorbeeld geen toestemming moeten vragen om het internet te raadplegen of om een woordenboek uit het rek te halen. Doordat iedereen zich vrij beweegt, neemt niemand er aanstoot aan. Integendeel, want de leerlingen worden minder gestoord dan wanneer een leerling voortdurend vragen stelt. Soms vinden leerlingen het aangenaam dat de leraar – wanneer hij geen ‘blusoperaties’ moet uitvoeren – een vaste stek heeft in de klas. Die vaste stek is de consultatieruimte. Een leerling mag zich daar ten allen tijde aanmelden om om het even welke vraag te stellen.

Er gelden natuurlijk een paar regels die het werkritme bepalen, namelijk:

 

  • een leerling kan enkel consulteren wanneer er niemand anders aan het consulteren is;

  • elke vraag is een gerechtvaardigde vraag.

 

Wanneer de leraar niet op de voorziene plaats is, kan de leerling door zijn hand op te steken, aangeven dat hij hulp verwacht. De vraag van de leerling wordt pas gesteld

7

255