Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Spelling op de helling (Jan Uyttendaele)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

  • behandel klassikaal wat klassikaal slecht gedaan wordt. Behandel individueel wat zich tot individuen beperkt.

7. Leer de leerlingen spellen met gebruikmaking van hulpmiddelen

  • volwassenen gebruiken bij het schrijven van belangrijke teksten geregeld hulpmiddelen: Groene Boekje, spellinggids, woordenboek, spellingchecker, etc.

  • als de leerlingen deze hulpmiddelen niet leren gebruiken tijdens hun schooltijd en het gebruik ervan niet als normaal gaan beschouwen, zullen ze er na hun schooltijd ook niet naar grijpen.

  • de leerplannen Nederlands van het VVKSO bevelen het gebruik van een spellinggids sterk aan, als ‘blijvend naslagwerk’ voor de leerlingen.

8. Werk aan een gezonde spellingattitude

  • spelling is een product van weten, kunnen en willen. Het is struisvogeldidactiek om te doen alsof het bij spelling uitsluitend over kennis van technische aspecten gaat.

  • heel wat ellende in het spellingonderwijs is het gevolg van een gebrek aan concentratie en motivatie.

  • het is daarom nodig aan de uitbouw van een gezonde spellingattitude te werken.

9. Vermijd het invullen van letters in oefeningen

  • spelling heeft te maken met woordbeelden.

  • woordbeelden sla je automatisch in het geheugen op door ze te kopiëren en ze juist te schrijven.

  • daarom moeten de leerlingen alle woorden voluit schrijven en niet alleen maar letters invullen.

  • fouten worden verbeterd door opnieuw het hele woord juist te schrijven (zie: Van der Biest & Uyttendaele 2006).

10. Breng de leerlingen niet in verwarring

  • confronteer de leerlingen niet met foutieve woordbeelden (zoals in Tien voor taal).

  • laat de leerlingen geen fouten zoeken in woordenreeksen.

  • werkwoordsoefeningen: laat de leerlingen niet kiezen uit t, d, dt, tt en dd.

  • laat de leerlingen wel in de passende context de juiste vorm van het werkwoord produceren.

262