Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Strategisch lees- en schrijfonderwijs in de basisschool (Steven De Laet & Michel Vanhee)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

1. Basisonderwijs

1

SES minder goede resultaten halen. De resultaten van ruim 11000 zesdeklassers op de OVSG-toets geven een gemiddelde van 71 % voor lezen. Opvallend zijn ook de grote verschillen in de resultaten van kinderen in scholen met een laag GOK-percentage (75,6 %) en een hoog GOK-percentage. (56,2 %)

Voor schrijven zijn de resultaten genuanceerder. Het gemiddelde bedraagt 77%. De resultaten van de groep met een laag GOK-percentage is 79 % en van de groep met een hoog GOK-percentage 67%.

Deze cijfers bestendigen de noodzaak van aandacht voor lees- en schrijfonderwijs tijdens het begeleiden van scholen.

Ook het Sibo-onderzoek (www.steunpuntloopbanen.be) stelt dat de school op het einde van het eerste en het tweede leerjaar een niet onbelangrijke rol speelt. In het onderzoek onderscheidt men effectieve en minder effectieve scholen bij de zogenaamde ‘kansrijke scholen’, ‘modale scholen’, ‘kansarme scholen’ en ‘zeer kansarme scholen’ en dat op het vlak van technisch lezen, spelling en wiskunde. Voor technisch lezen loopt het verschil op het einde van het tweede leerjaar – na een correctie van instroom-kenmerken – op tot ongeveer 1 trimester; voor spelling zelfs twee trimesters.

Kortom: aandacht voor een strategische aanpak van lezen en schrijven lijkt ons noodzakelijk.

3. Strategisch leesonderwijs

3.1 Strategische aanpak lezen op schoolniveau

Op niveau van de school maken scholen werk van een verticale afstemming door o.a.:

  • de beschikbare tijd voor lezen optimaal aan te wenden. Vooral in de lagere klassen van de school is voldoende ‘leestijd’ belangrijk. Voldoende vlot technisch lezen is in de lagere klassen een absolute voorwaarde om tot begrijpend lezen te komen.

  • de kleuterschool en de lagere school op elkaar af te stemmen. Kleuterscholen dienen voldoende aandacht te besteden aan ontluikende geletterdheid. Het fonologisch/fonemisch bewustzijn van kleuters kan getraind worden en is van belang voor het latere lezen. Maar ook kennismaking met de leescultuur, het interactief voorlezen en het begrijpend luisteren ondersteunen de latere leesvaardigheden van de kinderen.

  • aandacht te hebben voor het onderwijskundige leiderschap van de directeur. Het onderwijskundige leiderschap heeft (onrechtstreeks) invloed op leerlingenresulta-

27