Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Geintegreerd werken met 'informatieve' tv-programma's (Bart Vandenberghe)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

8. Taalbeschouwing

ken? Geef er vier met de nodige subargumenten.

  • welk van beide tv-programma’s vind je het beste? Waarom?

Bij het beantwoorden van de laatste vraag kwamen gelijkaardige aspecten aan bod als bij het programma over de doodrijder. Aansluitend volgde een debat tussen voor- en tegenstanders van de vrijspraak. De leerlingen moesten daarvoor een aantal krantenartikels doornemen, die ze eveneens konden gebruiken voor het schrijven van een opiniestuk naar aanleiding van dit proces (schrijfdossier). Het thema: ‘Een goede straf is een strenge straf’.

Goed videomateriaal vinden is zeker een kwestie van wat geluk hebben, maar eenzelfde aanpak is eveneens mogelijk met krantenartikels. Zo waren er grote verschillen in de manier waarop de diverse kranten rapporteerden over de zaak Josef Fritzl, de man die zijn dochter Elisabeth 24 jaar in de kelder opsloot en bij haar zeven kinderen verwekte.

4. Toast Kannibaal

‘Toast Kannibaal’ (in Nederland: ‘Groeten uit de rimboe’) is een realiteitsprogramma op vtm waarbij drie families gedurende enkele weken gedropt worden bij een zogenaamde primitieve stam. Vooraf weten ze niet waar ze precies terecht zullen komen. Tijdens hun verblijf zijn er allerlei praktische problemen die te wijten zijn aan het feit dat ze een andere taal spreken en geconfronteerd worden met een totaal andere omgeving en cultuur. Dat leidt vaak tot misverstanden en hevige emoties, soms zelfs ruzies, maar er ontstaat bijna altijd ook vriendschap en een toenemend begrip voor elkaar.

 

Wat kun je met zo’n programma nu doen? Enkele mogelijkheden:

 

a. Communicatiestoornissen (ruis)

 

De leerlingen bekijken één of meer fragmenten en beantwoorden de volgende vragen:

 

  • zou jij in zo’n omgeving kunnen overleven? Waarom (niet)?

  • welke concrete problemen doen zich voor? Hoe zijn ze te verklaren? Welke hebben te maken met taal?

  • zijn er stukken die je grappig vindt? Welke?

  • zijn er ook stukken die je ergeren? Waarom?

 

b. Interculturele communicatie

 

Vooraf wordt een tekst besproken waarin het interculturele model van Geert Hofstede besproken wordt.

8

273