Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: AN, BN, NN en een snuifje SN. Regionale variatie in het Nederlands (Willy Smedts)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Het beleidsadvies beveelt ook aan dat de “taalpolitieke en taalkundige gelijkwaardigheid van Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands” wordt erkend. Het is duidelijk dat we hier ver verwijderd zijn van noties als ‘overkoepelende variëteit’, ‘algemeenheid’, ‘eenheidstaal’.

  1. Van Dale

Met de erkenning van regionale variatie rijst de vraag hoe je die kunt beschrijven. In woordenboeken als Van Dale krijgt het Nederlandse Nederlands geen label. Woorden die in België – maar niet in Nederland – worden gebruikt, worden als ‘Belg. N.’ gelabeld: “Dat label wordt gebruikt voor woorden die tot de Nederlandse standaardtaal in België behoren. Als Belgische woorden niet tot de verzorgde Nederlandse standaardtaal in België gerekend worden, is een extra label toegevoegd”.

Behalve Belgisch-Nederlandse vermeldt Van Dale ook Surinaams-Nederlandse woorden. Het label ‘Surinaams-Nederlands’ wordt steeds voorafgegaan door ‘(afkomstig uit)’. Over de interpretatie van dat herkomstlabel en waarom het wel bij Surinaams-Nederlandse woorden staat en niet bij Belgisch-Nederlandse, geeft het woordenboek geen uitsluitsel.

Al komt in tegenstelling tot de labels ‘Belgisch-Nederlands’ en ‘(afkomstig uit) Surinaams-Nederlands’ het label ‘Nederlands-Nederlands’ niet in Van Dale voor, ‘in Nederland’ verschijnt wel geregeld in definities en af en toe in voorbeelden. Ook ‘in België’ en ‘in Suriname’ komen sporadisch voor. Consequentie is daarbij blijkbaar niet nagestreefd.

  1. Taaladvies.net

Het variatiebeleid van de Taalunie krijgt concreet gestalte in de taaladviezen op Taaladvies.net. Aanvankelijk sloten de daarin opgenomen adviezen nauw aan bij de taaladviesliteratuur, die van één standaardtaal uitgaat. Geleidelijk aan verschoof in Taaladvies.net het accent echter naar een visie waarin regionale variatie niet alleen wordt beschreven, maar afhankelijk van de regio van gebruik, ook geoorloofd wordt geacht in de standaardtaal in die regio. Dat leidt tot adviezen waarin woorden worden gelabeld als ‘geen standaardtaal’, ‘standaardtaal in het hele taalgebied’, ‘standaardtaal in België’, ‘standaardtaal in Nederland’, ‘niet duidelijk standaardtaal in België’.

De notie van een eenheidstaal, één standaardtaal voor het Nederlandse taalgebied, is daardoor de facto opgegeven. De redactie geeft dat ook toe: “Dé standaardtaal als een objectief gegeven vaststaande norm bestaat dus niet”. Bij de beslissing of iets al dan niet standaardtalig is, speelt het aantal standaardtaalsprekers dat een bepaalde variant

276