Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Taalzorg in Vlaanderen. Over chaos, schijnemancipatie en de taalmengtafel (Johan De Schryver)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

8. Taalbeschouwing

2. Wat is standaardtaal in Vlaanderen? Het probleem van de tussenstandpunten

Het grote probleem voor het Vlaamse taalzorgonderwijs is niet de ‘tussentaal’, waar zoveel over geklaagd wordt, maar wel het pseudobicentrische tussenstandpunt van belangrijke taaladviesbronnen.

Tot een tweetal decennia geleden werd de Vlaamse taalzorg gedomineerd door het monocentrische, hollandocentrische standpunt: het Nederlands van Nederland was de norm voor verzorgd taalgebruik. Niet iedereen zal het er mee eens geweest zijn, maar eenvoudig was het in principe wel. Wie twijfelde – bijvoorbeeld als twee taaladvies-bronnen elkaar tegenspraken – moest gewoon naar het taalgebruik in Nederland gaan kijken. Wat Vlaams was, vals was.

Vandaag hebben we een heel ander plaatje. De Nederlandse Taalunie bijvoorbeeld, die begin jaren 1980 is opgericht om de taaleenheid te beschermen en een aparte Vlaamse koers expliciet afwees, neemt vandaag een bicentrisch standpunt in, gebaseerd op de visie dat Vlaanderen net zoals Nederland een geëmancipeerde taalgemeenschap vormt. De standaardtaal ontwikkelt zich rond twee polen, een Nederlandse en een Belgische; er zijn dan ook twee standaardtaalvariëteiten. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Taalunie adviseert concreet het volgende:

 

“Erkenning van de taalpolitieke en taalkundige gelijkwaardigheid van Nederlands Nederlandse en Belgisch Nederlandse standaardvariëteiten en attitudevorming om die erkenning ook in de praktijk gestalte te geven:

 

  • Acties die erop gericht zijn taalgebruikers te sensibiliseren voor het bestaan van verschillende standaardvariëteiten. Zij moeten er ook van bewust gemaakt worden dat variatie een normaal verschijnsel is.

  • Het inventariseren van situaties waarin verschillen tussen de Belgische en Nederlandse standaarden voor burgers een rol spelen (bijvoorbeeld voor vertalers, journalisten en schrijvers) en streven naar positieve attitudevorming ten opzichte van die variatie bij de betreffende actoren” (Schramme 2003).

 

Wie uitgaat van de emancipatie van de Vlaamse taalgebruiker moet het Vlaamse taalgebruik dus als criterium nemen. Als bijvoorbeeld in heel Vlaanderen in alle sociale lagen en ook in formele situaties moest(en) gebruikt wordt voor een hypothetische bijzin (Moest ze komen, dan...), dan moet die constructie in een bicentrische visie als Vlaamse standaardtaal (Belgisch-Nederlands heet het nu meestal) beschouwd worden.

 

Wat de Vlaamse taalzorg en het taalonderwijs nodig hebben, is dus een betrouwbare beschrijving van wat in Vlaanderen algemeen geldt. En die is er niet. Dat is een probleem. Maar veel problematischer is dat sommige taaladviesbronnen de indruk geven

8

281