Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Taalzorg in Vlaanderen. Over chaos, schijnemancipatie en de taalmengtafel (Johan De Schryver)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

dat zo een beschrijving er wel is. Die bronnen erkennen namelijk enerzijds het bestaan van een Vlaamse standaardtaal, maar doen dat anderzijds niet vanuit een consequent emancipatorisch standpunt. Hun criterium is niet het taalgebruik in Vlaanderen, maar wel wat zij in dat taalgebruik aanvaardbaar vinden. In het bekende VRT-Taalcharter lezen we bijvoorbeeld:

“In Vlaanderen wordt de standaardtaal immers niet of nauwelijks gedragen door een ‘spraakmakende gemeente’. In onze buurlanden wordt die mede gevormd door politici, bedrijfsleiders en academici, maar in Vlaanderen kan hun taal bezwaarlijk een voorbeeld worden genoemd” (Hendrickx 1998, sectie Correcte taal).

Ook de makers van De Van Dale nemen een dergelijk tussenstandpunt in. Zo nemen ze Vlaamse varianten op in het woordenboek, waaruit we kunnen afleiden dat ze ze beschouwen als volwaardige elementen van de standaardtaal. Tegelijk krijgen die varianten echter het label ‘algemeen Belgisch-Nederlands’ opgeplakt als de (enkele) Belgische redacteurs vinden dat ze (a) gebruikt worden in verzorgde taal in Vlaanderen en (b) frequenter voorkomen dan de Noord-Nederlandse pendant. In de praktijk wordt dus nog altijd geredeneerd vanuit het hollandocentrische standpunt (met het Nederlandse Nederlands als ‘default’-waarde) en worden slechts een aantal Vlaamse woorden toegestaan op grond van subjectieve criteria. Het gevolg is dat er evenveel normen zijn als er taaladviesbronnen met een tussenstandpunt zijn. Wat de ene tot de Vlaamse standaard rekent, is bij de andere fout (of kromtaal, of tussentaal, of onverzorgd, enz.), en omgekeerd. De schijnemancipatie leidt tot chaos.

Een werkwijze die het bicentrische ideaal dicht benadert, is die van Taaladvies.net (te consulteren op taalunieversum.org, de website van de Nederlandse Taalunie). De beschrijvingen van het Vlaamse taalgebruik op Taaladvies.net is namelijk in grote mate gebaseerd op het oordeel van een Vlaams informantenpanel (dat in principe de Vlaamse spraakmakende gemeenschap vertegenwoordigt). Die insteek zorgt ervoor dat de taalgebruiker wél als spraakmaker wordt erkend. Echter, doordat die basis nogal smal is (met een vijftiental informanten) en het aantal adviezen beperkt, biedt Taaladvies.net nog niet het ultieme antwoord op de roep van de Vlaamse taalzorger.

Die laatste wil beantwoorden aan een norm, maar ziet dat er vele zijn. Naast de Vlaamse gebruiksnorm (bicentrisch model) en de ‘tussennormen’, is er ook nog de Noord-Nederlandse norm, die verder leeft in tal van populaire Vlaamse taalzorgboeken. Op zich is een dergelijke heterogeniteit normaal voor een overgangssituatie en geeft ze blijk van een levendige taalcultuur. Voor het onderwijs echter, dat leerlingen wil voorbereiden op de maatschappelijke verwachtingen inzake niet-informeel taalgebruik (standaardtaal), is de situatie wellicht nooit moeilijker geweest.

282