Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Taalkunde?! Het aanbieden van taalkunde in de bovenbouw met behulp van de taalvaardigheden (Jessica van Disseldorp)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

drie onderwerpen. Die map stelde ik zelf samen, opdat alle leerlingen over dezelfde informatie zouden beschikken. De informatiemap bevatte artikelen uit de tijdschriften Onze Taal en Levende talen en teksten uit Taalkunde voor de tweede fase van het vwo (2006), het boek van Hulshof, Rietmeijer en Verhagen. Elke tekstsoort was verbonden met een specifiek onderwerp. Welk onderwerp de leerling kreeg, was afhankelijk van de tekstsoort waar de leerling voor koos. Door de leerlingen te laten kiezen voor een tekstsoort, was het mogelijk om te verhinderen dat ze hun keuze lieten afhangen van het onderwerp dat ze het meest interessant vonden. De leerlingen hadden zich immers aangemeld voor het oefenen van taalvaardigheden en niet voor taalkundige onderwerpen. Vandaar dat het laten kiezen voor een tekstsoort logisch was.

De leerlingen moesten de geschreven teksten over de verschillende onderwerpen van elkaar lezen en werden gevraagd om aan de hand van een commentaarformulier feedback geven. Daarna moesten de leerlingen hun tekst herschrijven en vervolgens inleveren. Door kritisch naar elkaars teksten te kijken, kwamen de leerlingen van de onderzoeksgroep ook in aanraking met de andere onderwerpen uit het onderzoek. De leerlingen kregen een cijfer voor hun tekst. Een week na de inleverdatum kregen ze een toets, waarin hun taalkundige kennis getest werd. De leerlingen wisten voor het schrijven van de tekst dat ze een toets over de taalkundige kennis zouden krijgen. Op die manier is geprobeerd om de leerlingen te stimuleren om actief bezig te zijn met de onderwerpen. Vijf weken na de eerste toets volgde nog een toets, die bedoeld was om de opname van de taalkundige kennis in het langetermijngeheugen te meten.

De groep mondelinge vaardigheid bereidde een uiteenzettende, beschouwende of betogende voordracht voor. Ook de leerlingen uit die onderzoeksgroep begonnen met documenteren. Ze kregen daarvoor dezelfde informatiemappen als de leerlingen uit de groep schrijfvaardigheid. Een onderwerp kiezen, voltrok zich bij deze groep op dezelfde manier: leerlingen kozen voor een soort voordracht en hoorden daarna welk onderwerp daarbij hoorde. Alle voordrachten werden op dezelfde dag gehouden. De leerlingen maakten aantekeningen tijdens de voordracht en moesten achteraf vragen stellen aan de spreker. Op die manier werd bij de leerlingen een actieve luisterhouding gestimuleerd. Een week na de voordracht kregen ook deze leerlingen een kennistoets en vijf weken later deden ook zij mee aan de tweede kennistoets. Ook de leerlingen in deze onderzoeksgroep waren op de hoogte van het feit dat hun taalkundige kennis getoetst zou worden.

De controlegroep heeft de informatie uit de informatiemappen niet onder ogen gekregen. De leerlingen uit die groep maakten alleen de nulmeting en de twee kennistoetsen. Het inzetten van de controlegroep had tot doel om vast te stellen welke resultaten de kennistoetsen opleveren bij leerlingen die geen informatiemap hadden bestudeerd en er geen schriftelijke of mondelinge opdracht over hadden uitgevoerd. Bovendien werd de controlegroep ingezet om na te gaan of leerlingen ook iets leerden uit het maken van de verschillende toetsen. Met leren wordt bedoeld dat ze informa-

286