Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Het hoge woord moet eruit. Taalbeleid en taalpraktijken in het gelijkekansenonderwijs (Tineke Padmos)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

9. Taalgericht vakonderwijs

effectieve taalpraktijken. Voorlopig kunnen we daar niet erg optimistisch over zijn. Uit onderzoek van het Centrum voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven in 2007 bleek dat leerlingen in het beroepsonderwijs tussen hun derde en zesde jaar nauwelijks vorderingen maken in lees- en schrijfvaardigheid. De meeste leerlingen blijken bij het verlaten van de school onvoldoende functioneel geletterd te zijn om goed te kunnen functioneren in verder onderwijs en in hun sociaal en professioneel leven.

4. Veel initiatieven, nog te weinig resultaat

Toch zijn scholen heel actief geweest in het opzetten van taalprojecten: cursussen NT2 voor anderstaligen, taalremediëring, screening van examenvragen en leerboeken op talige barrières, systematische opdrachten voor laten lezen in de les, woordenboeken en afbeeldingen van gereedschappen met hun benaming in de praktijkzaal, toegankelijker maken van de communicatie met leerlingen en ouders, etc. Ook melden de leerkrachten uit de niet-taalvakken dat zij veel aandacht besteden aan hun instructietaal en hun leerlingen bewust zoveel mogelijk corrigeren op taalfouten en hen leren in volzinnen te spreken. Door het gelijkekansenbeleid is het onderwijs op de GOK-scholen dus zeker ‘taalgericht’ geworden. Gaat het echter om taalpraktijken in de les, dan ligt het accent vaak nogal eenzijdig op taalkennis en taalcorrectheid. Leerkrachten zijn zich nog onvoldoende bewust van de grote mogelijkheden die ze hebben om hun lessen ook ‘taalrijk’ te maken.

 
  1. Beperkte visie op taalverwerving

 

Die eenzijdige aanpak heeft ongetwijfeld te maken met een te beperkte visie op taalverwerving. Leerlingen worden nog te weinig als actieve taalverwervers gezien. Opvallend is bijvoorbeeld dat slechts een beperkt aantal leerkrachten de communicatie tussen leerkracht en leerling en tussen leerlingen onderling onderkent als kansen voor actieve taalverwerving. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat lezen en schrijven door leerkrachten als de meest problematische vaardigheden worden ervaren. Toch wordt slechts weinig gelezen en geschreven in hun lessen. Lezen beperkt zich bovendien nog vaak tot technisch lezen en schrijven gaat vaak niet verder dan het invullen van werkboeken. Veel mogelijkheden om in de algemene, technische en praktijkvakken functionele lees- en schrijfopdrachten uit te voeren blijven onbenut.

 

 

  1. Eilandjes van goede praktijken

 

Is het dan allemaal kommer en kwel met de aandacht voor taal in het secundair onderwijs? Integendeel! Een redelijk aantal individuele leerkrachten of vakgroepen heeft soms binnen, maar vaker buiten het taalbeleid al veel goede praktijken ontwikkeld. Ze

9

297