Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Strategisch lees- en schrijfonderwijs in de basisschool (Steven De Laet & Michel Vanhee)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

1. Basisonderwijs

1

4.1.2 Enkele conclusies vanuit een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van een aantal vragen uit de OVSG – toets

Wat ten eerste opvalt, is dat leerlingen de oriëntatievragen weinig tot niet kennen. Bijgevolg maken ze er ook geen gebruik van. Nochtans zijn ze een belangrijk middel om zich te oriënteren op de schrijftaak.

Een tweede opvallende vaststelling is dat leerlingen duidelijk niet gewoon zijn om stil te staan bij hun schrijfproces. Vragen als ‘Hoe ben je aan de taak begonnen?’ en ‘Hoe ben je tot een oplossing gekomen?’ waren voor de leerlingen moeilijk om te beantwoorden.

Een derde opvallende vaststelling richt zich op het verzorgen van teksten. Bij de bespreking van een vraag waar een wervende tekst diende opgesteld te worden, was nogal duidelijk dat heel wat leerlingen erg weinig tijd uittrokken om de vormgeving en de lay-out te verzorgen.

4.2 Enkele suggesties voor een effectief strategisch schrijfonderwijs

  • een schrijfkaart hanteren om het schrijfproces in kaart te brengen;

  • met elkaar bespreken waarover je gaat schrijven;

  • met elkaar bespreken voor wie je gaat schrijven;

  • met elkaar bespreken wat het uiteindelijke doel van de schrijftaak is;

  • aandacht hebben voor de oriëntatievragen;

  • een lijstje of woordveld maken met woorden die kinderen nodig hebben bij het schrijven;

  • gebruik maken van foto’s / prenten als visuele ondersteuning;

  • een afspraak maken over de taakverdeling bij samenwerken;

  • als leraar overleg stimuleren tussen kinderen om ideeën uit te wisselen;

  • kinderen eigen schrijfwerk laten bespreken met een ander kind of met de leraar;

  • kinderen een ‘nette’ versie van hun verhaal laten maken met aandacht voor de vormgeving;

  • iets ‘leuks’ doen met de schrijftaak;

  • kinderen de kans geven om hun verhaal te presenteren;

  • voorbeeldteksten bespreken met de kinderen;

  • voor, tijdens en na het schrijfproces ondersteuning en instructie geven aan de kinderen;

  • etc.

31