Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Nederlands leren: een kritische blik vanuit de andere kant (Abdelkahim Boutamgharin & Aline Marini Minoda Prado)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Grammatica wordt uitgelegd met behulp van spreektaalzinnen die bij het lesthema passen. Bijvoorbeeld: de syntaxis van de hoofd- en bijzin wordt in ‘Code’ uitgelegd aan de hand van zinnen zoals: ‘Uw neus blijft dicht als u dit geneesmiddel te lang gebruikt’. Lijsten met onregelmatige werkwoorden, etc. zijn niet/nauwelijks belangrijk. De grammatica staat ten dienste van de functionaliteit (zie: fig 2). Er wordt overigens niet vaak grammatica aangeboden.

Fig 2: Een voorbeeld van de manier van hoe grammatica wordt uitgelegd

In Nederland is de rol van de docent duidelijk anders: de docent maakt rondjes bij de cursisten, probeert iedereen te helpen en creëert een ontspannen sfeer. De docent begeleidt dus vooral. Maar het is ook duidelijk dat het een belangrijke rol van de docent is om een minimaal lestempo te bewaken, i.e. de cursist moet in maximaal x aantal uren naar een verplichte eindsituatie y worden gebracht en het onderwijs is volledig aan dat tempo aangepast. Dat laatste is een groot verschil met de privéschool van Alyne, waar het tempo van de cursus werd bepaald door de leerling. Ook in Marokko gold het principe: ‘het tempo gaat zoals het gaat’.

Het belangrijkste sterke punt van ‘Code’ is de functionaliteit ervan. Maar er zijn ook punten van kritiek. Alhoewel de grammatica functioneel wordt aangeboden, wordt er wel erg weinig aandacht aan besteed. In Brazilië en Marokko was er teveel aandacht voor grammatica, maar in Nederland is het het andere uiterste. Alyne beschouwt de methode van de privéschool als een betere: meer grammatica, maar dan wel functioneel. Beiden vinden de niet-functionele grammatica die in de reguliere scholen in hun moederland aan bod kwam als weinig waardevol.

Veel Nederlandse docenten denken dat hun houding cursistvriendelijk is. Dat is echter niet in alle opzichten zo, omdat het ‘tempo-denken’ overheerst. Of de cursist het

310