Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Als een deel meer oplevert dan het geheel... Samenwerkend kezen (zonder of) met verdeling van informatie (Nora Bogaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Grensverleggende leestaken maken samenwerking ook zinvol, net omdat ze de lat hoger leggen dan wat je als individu alleen aankan.

Een tweede belangrijke voorwaarde voor succesvol samenwerkend lezen is de ondersteuning die je erbij geeft, voor, tijdens en na de uitvoering van de leestaak. Het prikkelend aanbrengen van de leesopdracht, het peilen naar onontbeerlijke voorkennis, het (laten) opvullen van verstorende leemten hierin en het duidelijk maken wat de taak precies inhoudt, zijn belangrijke praktijken die je toepast voor de aanvang van de taak. Tijdens de taak komt het erop aan om leerlingen die op de goede weg zijn te bevestigen en om leerlingen die vastlopen met behulp van uitdagende vragen op het goede spoor te brengen zonder zelf de oplossing aan te bieden. In een nagesprek met de hele klas kan worden teruggeblikt op de leestaak en het product dat eruit is gekomen. Maar in het bijzonder dient aandacht te zijn voor het proces dat tot de oplossing heeft geleid.

4. Samenwerkend lezen: vier vormen

Samenwerkend lezen in kleine groepen kan allerlei vormen aannemen. Je kunt de leerlingen eerst individueel aan het werk zetten met een tekst en een opdracht en de samenwerking pas op gang zetten in een daaropvolgende fase. In dit tweede moment leggen de leerlingen hun (materieel of talig) product aan hun partner(s) voor, vergelijken ze hun respectieve product en komen ze tot eensgezindheid. Je kunt de groepjes ook meteen samen aan het lezen en aan de uitvoering van de leesopdracht zetten.

De krachtigste vorm van samenwerken ontstaat wanneer de partners niet een zelfde brok informatie moeten lezen, maar wanneer ieder lid van het groepje een eigen bron te verwerken krijgt en de informatie vervolgens moet inbrengen in het overleg dat moet resulteren in een gezamenlijk eindproduct.

Wat die samenwerkingsvorm zo krachtig maakt, is de wederzijdse afhankelijkheid die hij met zich meebrengt: elk van de groepsleden beschikt immers over informatie die onontbeerlijk is voor de realisatie van het eindproduct en moet dit – als een deskundige in zijn/haar materie – op een effectieve manier aan de anderen overbrengen. Het besef van deze verantwoordelijkheid zet aan tot grotere inspanningen om de eigen informatie te doorgronden. Dominantie door bepaalde leerlingen – en een beperkte deelname door de anderen – wordt in deze werkvorm dan ook sterk beperkt.

Om ook zwakkeren lezers de kans te geven om een bijdrage aan de uitvoering van de taak te leveren, kun je hen voor de verwerking van hun informatie laten samenwerken met één of meerdere sterke lezers. Voor dit deel van de opdracht vorm je dus speciale groepjes die worden ontbonden als het werk af is. In deze groepjes zetten de zwakkere lezers sneller de stap om begrips- of verwerkingsproblemen aan te kaarten. Zo

316