Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Het interviewverslag (Charlotte Hardeman)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

10. Taalvaardigheid

ste fase: de verwerking van het gesproken materiaal tot een tekst. Een interview verwerken is immers meer dan steriel optekenwerk. De interviewer maakt keuzes over hoe hij het gesprek wil weergeven, detecteert merkwaardige, boeiende, intrigerende passages uit het vraaggesprek en vertaalt die in de juiste blikvangers.

Een eerste vraag die zich bij interviewverslaggeving opdringt, is er één naar de rol van de verslaggever: is hij nadrukkelijk aanwezig als vragensteller, verdwijnt hij totaal uit beeld of is hij zijdelings aanwezig, als ‘chroniqueur’? Op basis daarvan onderscheidt men enkele basistypes (Kussendrager 2005). In het eerste geval spreken we van het vraag-antwoordverslag: de vragen en antwoorden worden afgewisseld en staan beide in de directe rede. De vragen zijn vet gedrukt en staan tussen twee witregels. De lezer heeft de indruk deelgenoot te zijn van het gesprek en dat is vooral interessant bij het informatieve interview. Aan het andere eind van het spectrum staat hetfullquote-inter- view: nu staat de geïnterviewde centraal. De vragen zijn weggewerkt, het hele verslag bestaat uit wat de geïnterviewde heeft gezegd, in de ik-vorm. Deze vorm leent zich uitstekend voor het humaninterestinterview. En dan is er nog een mengvorm: de interviewer spreekt over de informant in de derde persoon. Nu is hij interviewer en verslaggever tegelijk. De vragen worden indirect geformuleerd of helemaal niet. De antwoorden zijn letterlijke citaten of worden indirect gerapporteerd. Bij dit soort verslaggeving staat het onderwerp centraal en af en toe ook de geïnterviewde zelf.

Eenmaal de verslaggever in zijn juiste rol zit, kan de eerste fase in het schrijven beginnen. Voor het vraag-antwoordverslag is het werk eerst en vooral taalkundig: het transcript krijgt de nodige taalkundige opfrisbeurt. Taalfouten, gestotter, kromme zinnen, dialect, storende herhalingen, stopwoorden: alles wordt weggewerkt. Ook is het mogelijk de vragen anders te ordenen. Ook voor de beide andere vormen zoekt de verslaggever naar een indelingscriterium: logisch of freewheelend, naargelang van het onderwerp, de persoon en de sfeer. Het fullquote-interview geeft de geïnterviewde vrij spel: hij steekt zijn verhaal af in een soort monoloog (die natuurlijk heel strikt geregisseerd is). Bij de mengvorm draait het vooral rond de synergie tussen interviewer en geïnterviewde: in welke passages neemt hij duidelijk de touwtjes in handen (als indirect vragensteller, of als iemand die met visie synthetiseert), welke licht hij eruit als citaat, wanneer laat hij de geïnterviewde zelf een bocht nemen en het verslag sturen?

Het materiaal uit het interview is nu in een vorm gegoten. In het beste geval is het – minder of meer gestuurd – een verhelderend of meeslepend relaas geworden van wat de geïnterviewde in het gesprek heeft prijsgegeven. Nu komt de volgende uitdaging: het interviewverslag publiceerbaar maken voor een krant of een tijdschrift. En de lezer daarvan krijg je niet cadeau: hoe prikkel je zijn aandacht, hoe houd je zijn leeslust vast? Foto’s doen het uiteraard altijd, maar er zijn ook een reeks verbale middelen die kunnen worden ingezet, ‘blikvangers’ die zowel in als buiten de eigenlijke tekst kunnen staan: een sprekende kop, een wervende intro, een passende lead, een paar intrigerende quotes en enkele tussenkoppen die het leesgemak bevorderen (Kussendrager 2005).

10

329