Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Naar een andere inrichting van de examens Nederlands voor havo en vwo (Alex van de Kerkhof)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

11. Varia

vervolgperiode nog eens vijf pagina’s, etc.

Literatuurgeschiedenis.nl is nu ruim zes jaar online en in de loop der tijd hebben meer dan 1200 docenten en hun leerlingen – de meeste uit Nederland en Vlaanderen, maar ook uit zo’n twaalf andere landen – de weg ernaartoe ontdekt.

Ronde 8

Alex van de Kerkhof

Cito Arnhem

Contact: Alex. vandekerkhof@cito.nl

Naar een andere inrichting van de examens Nederlands voor havo en vwo

Anders dan in België, kent men in Nederland centrale examens. Die examens worden door teams van examenmakers geconstrueerd en landelijk afgenomen op vaste tijdstippen. Het ministerie van onderwijs heeft een commissie ingesteld, met als afkorting de Cevo, die (1) opdracht geeft tot het construeren van die centrale examens (inclusief antwoordmodellen en correctievoorschriften), (2) toeziet op de kwaliteit ervan en (3) de normering vaststelt en de grens tussen een voldoende en een onvoldoende bepaalt. De examenmakers – veelal ervaren docenten uit het onderwijs – gaan onder begeleiding van een toetsdeskundige aan de slag, maar kunnen natuurlijk niet zomaar hun gang gaan. Ze werken met behulp van een duidelijk gestructureerde opdracht, een examenmodel en een toetsmatrijs. Uiteraard moeten opeenvolgende examens min of meer gelijkwaardig zijn en niet van het ene op het andere jaar moeilijker of gemakkelijker. Op die manier worden ook de examens voor het vak Nederlands geconstrueerd. Een ander belangrijk instrument is het door het ministerie vastgestelde examenprogramma, waarin de eindtermen of leerdoelen van het vak zijn vastgelegd.

Naast het centraal examen is er ook nog een schoolexamen, dat meestal uit verschillende toetsen bestaat. De schoolexamens worden door de scholen zelf geconstrueerd – soms worden ze ook ingekocht – en bepalen het eindcijfer voor 50%. Het centraal examen bepaalt het cijfer voor de andere helft.

 

In de centrale examens Nederlands voor havo en vwo wordt al geruime tijd ‘leesvaardigheid’ getoetst. De andere domeinen, zoals ‘mondelinge vaardigheden’, ‘schriftelijke vaardigheden’ en ‘literatuur’ zitten in de schoolexamens. ‘Leesvaardigheid’ moet hier vooral geïnterpreteerd worden als een combinatie van ‘begrijpend lezen’, ‘argumentatieve vaardigheden’ – wat dikwijls neerkomt op het beoordelen van de argumentatie in betogende teksten en het kunnen herkennen en benoemen van typen argumenten en redeneringen – en ‘het maken van een samenvatting’.

343

11