Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Naar een andere inrichting van de examens Nederlands voor havo en vwo (Alex van de Kerkhof)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Tal van docenten vinden het spijtig dat het examenprogramma op een dergelijke manier wordt ingevuld. Dat geldt in het bijzonder voor de vwo-docenten. Zij vinden dat het centraal examen te veel gewicht heeft gekregen in de bepaling van het eindcijfer. Dat wil zeggen: ze vinden dat teveel gewicht wordt toegekend aan ‘leesvaardigheid’. Het programma is immers zoveel breder. Ook hebben velen een aantal bedenkingen bij de inhoud van het centraal examen. Eén van die bedenkingen is dat de samenvattingsopgave wordt ‘geleid’: er worden immers via onder andere bepaalde lees-of zoekvragen aanwijzingen gegeven voor welke elementen uit een tekst geselecteerd moeten worden. Een dergelijke opgave wordt door velen dan ook gezien als een te gemakkelijke invuloefening – althans voor de vwo-leerlingen. Terzijde moet opgemerkt worden dat men heeft vastgesteld dat ‘een samenvatting maken’ niet noodzakelijk een goede manier is om ‘leesvaardigheid’ te toetsen. Bovendien is het wellicht niet opportuun om een vaardigheid zoals ‘samenvatten’ pas te toetsen aan het einde van een schoolloopbaan, aangezien ‘samenvatten’ al veel eerder instrumenteel door de leerlingen moet worden ingezet, bijvoorbeeld bij het maken van verslagen of werkstukken en bij het studeren. Daar komt dan bij dat ‘samenvatten’ altijd al een gemengde vaardigheid is geweest van kunnen lezen en kunnen schrijven. Om die reden is het dan ook lastig om het onder te brengen bij één taaldomein. Voor de toetsdeskundigen en de opdrachtgever komt daar nog bij dat de huidige examens ‘leesvaardigheid’ in de moedertaal geen al te hoge betrouwbaarheid hebben, aangezien ze slechts uit een beperkt aantal open en gesloten vragen bestaan. Die relatief lage betrouwbaarheid hangt vermoedelijk samen met de hybriditeit van het examen: de vragen toetsen tal van subvaardigheden die heel divers zijn – en vermoedelijk zelfs te divers. Er worden vragen gesteld naar de hoofdgedachte, naar de tekstsoort, naar alineaverbanden, naar de macrostructuur, naar soorten argumenten, naar argumentatieschema’s, naar intenties en bedoelingen en naar tal van andere aspecten van het lezen. In theorie zou de oplossing voor de lage betrouwbaarheid een langere toets, of meer toetsen rond hetzelfde aspect zijn. Door herhaalde meting – i.e. meer vragen en liefst ook meer teksten

  • neemt de betrouwbaarheid immers toe. Maar er zijn bij examens ook praktische beperkingen, zoals een opgelegde toetstijd van maximaal drie uur. Het aantal vragen dat men kan stellen is derhalve alleen al om die reden beperkt. Het examen bevat nu, naast ongeveer twintig vragen, slechts één relatief kleine samenvattingsopdracht, maar strikt genomen is dat te weinig om deze vaardigheid afdoende te toetsen.

Zowel de onvrede van de docenten als van de toetsdeskundigen is bij de beleidsmakers

  • waaronder de Cevo als opdrachtgever – niet onopgemerkt gebleven. Daarnaast zijn ook de maatschappelijke klachten en de klachten uit het hoger en wetenschappelijk onderwijs over de geringe schrijfvaardigheid van studenten in het vervolgonderwijs niet aan hen voorbijgegaan. De klachten en de onvrede hebben dan ook geleid tot initiatieven om te beproeven of er naast het huidige centraal examen ‘leesvaardigheid’ – dat op tal van punten nog verbeterd kan worden – niet nog een ander centraal examen kan worden ingevoerd: een centraal examen ‘schrijfvaardigheid’ (met nadruk op ‘gedocumenteerd schrijven’). Daarmee kan in elk geval bewerkstelligd worden dat het cen-

344