Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Een denk- en werkkader voor taalbeleid (Tanja Stas & Werner Schrauwen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

2. ‘Brussel’

2

Dit alles heeft volgende doelen voor ogen:

  • het bereiken van een gemeenschappelijke visie onder alle betrokkenen;

  • het optimaliseren van de onderwijsleersituatie met het oog op de verbetering van leerlingenresultaten;

  • een betere integratie (acculturatie) van school en buurt.

We merken op dat taalbeleid ook een proces wordt genoemd. Het beleid moet van onderuit ‘democratisch’ groeien en alle schoolbetrokkenen moeten bij het proces worden betrokken. “Dit zijn niet enkel de leraars in samenspraak met de directie en ... de leerlingen, maar ook andere betrokkenen (stakeholders) zoals ouders, begeleidingsdiensten, externe projectmedewerkers, nascholers, enzoverder” (Schrauwen & Van Braak 2001).

Een taalbeleidsplan kan dus niet zomaar van buitenaf opgelegd of geïmporteerd worden (zie verder in deze bijdrage).

3. Zeven pijlers of werkterreinen van taalbeleid

Op basis van het hoger genoemde onderzoek van Ponjaert, Van Braak & Lambrecht hebben we een denk- en werkkader beschreven dat schoolteams de mogelijkheid biedt om een schoolspecifiek taalbeleid te ontwikkelen, in te voeren of te optimaliseren. Het bestaat uit zeven pijlers of werkterreinen, die van elkaar te onderscheiden maar niet te scheiden zijn. Bepaalde initiatieven zullen verschillende werkterreinen bestrijken. Zogenaamde overlap zal de coherentie versterken.

Werken aan taalbeleid betekent dat alle betrokkenen rekening houden met c.q. nadenken over de volgende aspecten en initiatieven nemen op de volgende terreinen.

1. School- en buurtkenmerken: zicht krijgen op de kenmerken van de school als leer- en leefgemeenschap en de inbedding van de school in haar omgeving

Een effectieve school is een school die een goede band heeft met de brede omgeving waarin ze is gelegen. Hiertoe is het noodzakelijk inzicht te krijgen in zowel de kenmerken van (de evolutie van) de schoolbevolking (taalachtergrond, sociaaleconomische factoren, graad van kansarmoede, etc.) als de kenmerken van de buurt (culturele voorzieningen, omgevingstaal, jeugdwerking, etc.). In een overwegend Frans- of anderstalige buurt is het meer dan elders een noodzaak dat de school goed op de hoogte is van de (Nederlandstalige) culturele initiatieven en projecten in de buurt. Het schoolteam kan een samenwerking met de partners in overweging nemen. Maar ook de samenstelling, de afkomst van het lerarenteam en het eventuele verloop in het corps zijn belangrijke gegevens die aandacht vragen bij het ontwikkelen van een taalbeleid.

39