Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Een denk- en werkkader voor taalbeleid (Tanja Stas & Werner Schrauwen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

2. ‘Brussel’

2

worden gedacht. Onder meer taalgericht vakonderwijs is een aanpak die zijn ingang vindt. Daarnaast moet nagedacht worden over het inrichten van lessen moderne talen – die voor bepaalde leerlingen niet zo ‘vreemd’ zijn – en de didactische aanpak en het taalgebruik in die lessen. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot het invoeren van CLIL (Content and Language Integrated Learning).

  1. Taal rondom de klas: afspraken over het taalgebruik buiten de klas en de communicatie onder alle schoolbetrokkenen (leerlingen, leraars, ouders, personeel, etc.)

In deze vijfde pijler wordt de school aangezet om afspraken te maken over taalzaken die het klasniveau overstijgen. Hoe (consequent) gaat de school om met het gebruik van Nederlands en andere talen? Moeten alle leerlingen (en leraren, personeel) verplicht worden om op school altijd algemeen Nederlands te spreken? Hoe communiceren we met anderstalige ouders? Hoe besteden we aandacht aan de communicatie met en – bij uitbreiding – aan de participatie van mensen in armoede?

  1. Extra maatregelen: specifieke initiatieven en acties die de (Nederlandse) taalverwerving van de leerlingen ten goede komen

In scholen die te maken hebben met taalheterogene of taal- en leerzorgbehoevende groepen is de veelheid aan ‘bijkomende’ taalstimulerende schoolinterne en -externe acties die worden ondernomen vaak erg opmerkelijk. Veel scholen met een hoge graad anderstalige leerlingen genieten bijvoorbeeld in het kader van het gelijkekansenbeleid van overheidsondersteunde maatregelen. Bovendien kunnen een aantal scholen in grote steden een beroep doen op specifieke projecten die door de overheid worden ondersteund.

Deze zesde pijler geeft de school de kans extra middelen gericht in te zetten om taal-beleidsdoelen te bereiken. Het zet het team ook aan om de genomen acties te evalueren op hun verdiensten en om – indien nodig – op basis daarvan de werking bij te sturen.

  1. Professionalisering: initiatieven op niveau van nascholing, aanwerving van nieuwe leraars en uitstraling, ouderbetrokkenheid, samenwerking met externe organisaties, etc

Op het zevende werkterrein denken we na over alle competenties die een leraar en een team moeten hebben om een schoolspecifiek taalbeleid te voeren. Welke nascholingsmodules rond (taal)onderwijs worden gevolgd en door wie? Kan de school bepaalde beroepscompetenties verwachten van nieuwe leraars (bv. kennis van taalvaardigheidsonderwijs, taalgericht vakonderwijs, etc.)? Hoe kan men deskundiger worden in ouderbetrokkenheid? Met welke partners gaan we in zee? Een element dat ook in deze laatste pijler thuishoort, is de vraag op welke manier de school haar ‘imago’ naar buiten kenbaar kan maken.

41