Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Een denk- en werkkader voor taalbeleid (Tanja Stas & Werner Schrauwen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

  1. Ontwikkelen en implementeren van taalbeleid

In het bovenstaande hebben we verduidelijkt wat taalbeleid inhoudt en op welke werkterreinen schoolteams samen met andere betrokkenen een proces kunnen opzetten en initiatieven moeten nemen om een coherent taalbeleid uit te tekenen. In wat volgt, willen we nagaan hoe een taalbeleidsplan ontwikkeld en geïmplementeerd kan worden.

Een schoolteam kan op diverse manieren een schoolspecifiek taalbeleid uittekenen, bijsturen en invoeren. We beschrijven hieronder twee verschillende aanpakken die elkaars antipoden zijn: ‘de globale aanpak’ versus ‘de speerpuntactie’. Elke school moet zijn eigen werkwijze bepalen op basis van een aantal schoolspecifieke kenmerken, mogelijkheden, ervaringen, etc. De kunst bestaat er wellicht in om te kiezen voor een aanpak die de voordelen van beide extremen verenigt. Én, én in plaats van of, of. Een ‘globaal’ overleg kan immers leiden tot een speerpuntactie en het concreet aanpakken van een deelaspect kan aanleiding geven om het hele plaatje met zijn allen grondig onder de loep te nemen.

  1. Globale aanpak

Een schoolteam kan kiezen voor een globale aanpak, waarbij alle pijlers van taalbeleid bekeken en bediscussieerd worden. De bedoeling is dan dat een coherent en alles dekkend actieplan wordt opgesteld of dat de bestaande acties meer cohesie krijgen in een beleidsplan dat in de loop van de maanden en jaren wordt ingevoerd, geëvalueerd, bijgestuurd, etc. Belangrijk daarbij is dat alle – of toch zo veel mogelijk – actoren (ook leerlingen en ouders bijvoorbeeld) als volwaardige partners bij dit denkproces betrokken worden. Dat kan door een brede bevraging te organiseren, waarbij iedereen zijn zeg kan doen en zijn inbreng kan hebben. Op basis van de expliciet gemaakte meningen en visies die het beste in een discussiedocument verzameld en verwerkt worden, wordt een diepgaand overleg georganiseerd. Dit leidt tot concrete voorstellen op de verschillende, maar met elkaar verbonden, werkterreinen. Dit alles wordt het beste begeleid door een externe deskundige die een democratisch en doelgericht overleg opzet dat leidt tot een plan met een breed draagvlak.

Zoals eerder gezegd, neemt een breed opgezet proces behoorlijk wat tijd in beslag. Als het team het belang van taalbeleid sterk aanvoelt, is de bereidheid om er met z’n allen op de verschillende werkterreinen tegenaan te gaan en er tijd voor uit te trekken vaak groot. Als deze voorwaarde vervuld is, geeft de aanpak goede resultaten, ook op langere termijn. Het plan is dan coherent en consistent. Een breed opgezet, democratisch proces creëert immers een stevig draagvlak, verstevigt de betrokkenheid van alle actoren en genereert een dynamische teamspirit.

42