Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Een denk- en werkkader voor taalbeleid (Tanja Stas & Werner Schrauwen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

2. ‘Brussel’

2

Indien de directeur en/of slechts enkele leden van een team de noodzaak van taalbeleid inzien en een deel van het corps niet is gesensibiliseerd, levert een dergelijke globale aanpak niet echt onmiddellijk resultaten op. Een teambreed overleg kan wel sensibiliserend werken, maar kan ook verzanden in welles-nietes-discussies en zelfs het verhogen van weerstanden met zich meebrengen en/of voorstellen opleveren die weliswaar in een rapport of taalbeleidsplan worden beschreven, maar niet worden uitgevoerd. Een dergelijk plan staat dan meestal mooi geklasseerd in de kast van de directeur en wordt eruit gehaald als hoge heren en belangrijke dames – bijvoorbeeld die van de doorlichting – op bezoek komen.

6. Speerpuntaanpak

Een team of een deel van een team dat ervan houdt om zonder al te veel ‘gepraat’ de koe bij de horens te vatten en een concreet initiatief wil nemen ‘omdat er toch iets moet gebeuren’, kiest beter voor een speerpuntactie. Die actie kan zich beperken tot één pijler. Een mooi voorbeeld hiervan is werken aan de uitbreiding van het arsenaal schooltaalwoorden bij leerlingen van de eerste graad van het secundair onderwijs door middel van een posterproject. Een team kan ook kiezen voor een actie die zich over verschillende werkterreinen uitstrekt. Een prachtig instrument daarvoor op het niveau van het kleuteronderwijs is het werken met de verteltas2, waarbij ouders intensief worden betrokken. In het secundair onderwijs kan een leesproject opgezet worden dat klas- en vakoverstijgend werkt en waarbij activiteiten worden opgezet buiten de school in samenwerking met een cultureel centrum, een bibliotheek, etc.

Een dergelijke aanpak heeft veel voordelen. Een goed gekozen speerpunt sensibiliseert een groot deel van het team door concrete actie en effecten. Daardoor wordt de weg geëffend om dieper en breder in te gaan op andere terreinen en om vanuit de praktijk geleidelijk een coherent plan uit te werken dat verschillende terreinen met elkaar verbindt.

Een belangrijk nadeel van deze werkwijze is dat het op zich waardevolle initiatief een losse flodder is en blijft en zijn functie als speerpunt niet vervult. Iedereen die met projecten aan de slag is geweest, weet ook dat niet iedereen zich betrokken of geroepen voelt om mee te werken. Op de langere termijn kan het enthousiasme bij de initiatiefnemers verminderen, waardoor er naar een nieuw elan, een nieuw project moet worden gezocht. Op die manier is het gevaar groot dat een en ander niet binnen een coherent plan wordt gegoten dat het beleid voor enkele jaren richting kan geven.

Om dit te vermijden moet het project door de beleidsverantwoordelijken gekaderd worden binnen het schoolbeleid. De rol van de directeur, de taalbeleidcoördinator en de taalbeleidgroep is hierbij bepalend. Ook moeten de positieve effecten van de actie in de verf worden gezet. Het feit bijvoorbeeld dat methodeonafhankelijke testen uitwijzen dat het posterproject heel positieve resultaten oplevert, betekent een sterke

43