Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: ICT als leermiddel in een krachtige taalleeromgeving (Karoo Beheydt & Petra Verreth)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

3. ICT in betekenisvolle taken

ICT kan op een functionele manier worden ingezet om efficiënt en doeltreffend te leren en heeft zo een meerwaarde voor de klaspraktijk. ICT kan ervoor zorgen dat het onderwijsleerproces boeiender en aantrekkelijker wordt voor de kinderen, nodigt hen uit om actief en met een zekere zelfstandigheid in confrontatie te gaan met een stukje wereld, zorgt ervoor dat er nieuwe mogelijkheden tot interactie ontstaan en dat de leerlingen vertrouwd raken met enkele computervaardigheden.

3.1 Motiverend

Een betekenisvolle taak moet boeiend en aantrekkelijk zijn en aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen. Ze wordt motiverend in de mate dat ze voor de leerlingen functioneel is. Een relevante taak kan gemakkelijker de interesse van de leerlingen opwekken en kan er bovendien voor zorgen dat ze zich engageren in het leerproces. Precies dat engagement zorgt ervoor dat ze ook effectief tot leren komen. Als in het leerproces realistische contexten en problemen aan bod komen, wordt de kans groot dat leerlingen de transfer maken die nodig is om echt te leren en zich kennis en vaardigheden eigen te maken. Relevantie en realisme gelden dan niet alleen voor de aangeboden leerinhouden, maar ook voor de ICT-vaardigheden.

Bijvoorbeeld: De leerlingen krijgen de opdracht om een Vlaamse kermis te organiseren. Om te kunnen nagaan of elke leerling aan elke activiteit op die kermis deelneemt, wordt er besloten om voor een beurtenkaart te zorgen. Die maken de leerlingen aan op de pc zodat ze gemakkelijk in grote aantallen bezorgd kunnen worden, omdat dat professioneler is en om namaak tegen te gaan.

3.2 Activerend

Leerlingen gaan bij betekenisvolle taken actief in confrontatie met een stukje wereld. Via de taken die ze uitvoeren, zijn ze onbewust met het leerdoel bezig.

Bijvoorbeeld: Leerlingen moeten in een eenvoudig tekenpakket een fantasiedier tekenen. Hiervoor maken ze gebruik van de beschrijving die een duo medeleerlingen eerder maakte. Terwijl de leerlingen zich verdiepen in de verschillende kenmerken van dat dier en het proberen te tekenen, maken ze gebruik van tal van functies van het tekenpakket die hen niet vooraf expliciet aangeleerd werden. Doordat ze hun doel willen bereiken, benutten ze onbewust de mogelijkheden van het pakket.

3.3 Kloof

In een betekenisvolle taak zit ook een overbrugbare kloof ingebed. De leerlingen moeten zelfstandig iets nieuws leren. Dat kunnen ze bijvoorbeeld door terug te vallen op kennis die ze eerder hebben opgedaan.

56