Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: ICT als leermiddel in een krachtige taalleeromgeving (Karoo Beheydt & Petra Verreth)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

2. ‘Brussel’

2

Bijvoorbeeld: De leerlingen maken in hun gemeente een fotozoektocht voor hun ouders. Ze nemen met een digitale camera foto’s in hun buurt. Op een digitale plattegrond duiden ze met nummers de plaatsen aan waar ze die foto’s genomen hebben. Ze doen dit in een presentatiepakket en krijgen daarvoor een instructieblad. Later moeten ze ook de route die de ouders moeten volgen, aanduiden op die plattegrond. Hiervoor krijgen ze geen instructies meer, maar voeren ze de opdracht uit op basis van de ervaringen die ze hebben opgedaan bij het maken van het presentatiepakket. Een dergelijke kloof kan de leerling ook aanzetten om zich bewust te worden van en na te denken over zijn eigen leerproces.

3.4 Interactie

Niet alleen in de ondersteuning is interactie belangrijk. Ook de taak zelf kan interactiebevorderend zijn. Interactie tussen leerlingen bevordert het natuurlijke leerproces. Die interactie is een vorm van ‘peer-teaching’ en lokt het zelfontdekkend vermogen van de leerlingen uit. Als leerlingen met z’n tweeën voor de pc zitten, wordt de interactie op een natuurlijke manier gestimuleerd.

Bijvoorbeeld: De leerlingen moeten voor wereldoriëntatie te weten komen welk klimaat China heeft. Daarvoor kunnen ze op de website van het KMI klimatogrammen raadplegen (zie: http://www.meteo.be/meteo/view/nl/139844-Klimatogrammen.html). Concreet kan je er van China zeven opvragen, onder meer het klimatogram van Hong Kong, van Peking en van Shangai. Die klimatogrammen zijn heel verschillend. Zo ontdekken de leerlingen samen aan de computer dat er in China – afhankelijk van het gebied waar men zich bevindt – verschillende klimaten zijn. Dat lokt bij hen de vraag uit hoe dat komt en zo worden ze gestimuleerd om er over na te denken en om te overleggen om uiteindelijk tot een beter begrip te komen.

Het overleg tussen leerlingen is per definitie talig. Zo draagt interactie tegelijkertijd bij aan het verhogen van de taalvaardigheid van de leerlingen.

4. Tijdelijke leerkrachtnabije ondersteuning

Opdat leerkrachten op een geslaagde manier ICT in de onderwijspraktijk zouden kunnen implementeren, moeten ze van heel nabij de nodige ondersteuning krijgen. Het is immers via ondersteuning dat je leerkrachten de nodige procesbegeleiding kunt geven. Zo leren die leerkrachten om kritisch met hun manier van onderwijzen om te gaan en om waakzaam te blijven voor de leerdoelen in hun lespraktijk.

Bovendien worden ze op die manier vaardiger in het begeleiden van hun leerlingen tijdens het complexe leerproces met ICT. Om dat te bereiken is het belangrijk om zoveel mogelijk ondersteuning te bieden op maat van de school. Daarom helpen we de leerkrachten ideeën vorm te geven, door naar de school te stappen met een doos vol ideeën. Terwijl sommige ideeën bruikbaar zijn in een welbepaalde klas, zijn andere dat

57