Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: De taal van de andere gemeenschap leren. De invloed van contact op taal(leer)attitudes t.a.v. het Nederlands en het Frans in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel (Laurence Mettewie)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

TWEEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

De aanwezigheid van een omvangrijke groep anderstaligen in het NoB zorgt niet enkel voor uitdagingen op organisatorisch en didactisch vlak. Naast talige aspecten, die vaak als schrijnend ervaren worden, heeft de heterogene samenstelling van de leerlingenpopulatie ook gevolgen op sociaalpsychologisch niveau. Taalattitudes en taalleermotivatie zijn voorbeelden van sociaalpsychologische factoren bij taalverwerving. In de context van het NoB zijn deze om twee redenen bijzonder interessant. Ten eerste blijkt uit onderzoek dat attitudes en motivatie een stimulerende of afremmende rol spelen bij het leren van (vreemde) talen (zie o.a. Dörnyei, Csizér, & Németh 2006; Gardner 1985, 2001; Mettewie 2004). Ten tweede fungeren attitudes ook als een soort barometer voor de verhoudingen tussen taalgemeenschappen (Baker 1992; Persoons 1988). De contactsituatie tussen Frans- en Nederlandstalige leerlingen in het NoB kan in dat opzicht beschouwd worden als een vrij uniek laboratorium. Het laat namelijk toe om de contacthypothese (Allport 1954; Pettigrew 1998) na te gaan. Deze berust op het idee dat het contact tussen gemeenschappen conflictueuze verhoudingen onder bepaalde voorwaarden positief kan bevorderen. In dit geval stellen we de vraag in welke mate intensief en regelmatig contact tussen leden van de twee officiële taalgemeenschappen in Brussel, zonder hiërarchische barrières – het zijn immers allemaal leerlingen – een invloed heeft op de perceptie die ze hebben van de ‘andere’ taal en taalgemeenschap.

Twee relevante vragen voor vakleerkrachten Nederlands staan hier centraal. Ten eerste: heeft het contact tussen Franstalige en Nederlandstalige leerlingen in het NoB een positieve of negatieve invloed op (a) hun attitude t.a.v. de Nederlandse taal en cultuur, (b) hun motivatie om Nederlands te leren en (c) hun attitude t.a.v. de les Nederlands? Ten tweede: hebben deze sociaalpsychologische aspecten remmende of stimulerende effecten op het verwervingsproces van de taalleerders? Leidt dit met ander woorden tot een betere kennis van de andere taal?

Om dit te onderzoeken, werden de taalattitudes en de motivatie van Franstalige en Nederlandstalige leerlingen die samen in het NoB zitten, onderzocht. De gegevens zijn verzameld in 11 Nederlandstalige aso-scholen (algemeen secundair onderwijs), geografisch verspreid over de Brusselse regio. De data is vergeleken met gegevens van leerlingen uit twee Nederlandstalige controlescholen in Vlaanderen (Denderleeuw en Keerbergen) en uit drie Franstalige controlescholen in Brussel en Wallonië (Etterbeek, Nivelles en Charleroi) die geen contact hebben met de ‘andere’ taalgemeenschap. Op basis van een achtergrondenquête zijn enkel de leerlingen geselecteerd die als thuistaal (dominant) het Nederlands of (dominant) het Frans hebben. 588 informanten hebben een vragenlijst met 125 items over taalattitudes en taalleermotivatie ingevuld en meer dan 400 informanten hebben vervolgens taaltesten voor het Nederlands en het Frans afgelegd (voor gedetailleerde resultaten, zie: Housen, Mettewie & Pierrard 2002; Van Mensel, Pierrard & Housen 2004). De steekproef is vrij evenwichtig verdeeld over jongens en meisjes en over de drie leeftijdscategorieën (12-, 15- en 18-jarigen), die

68