Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Wit Brussel. Over oudere literatuur en het secundair onderwijs (Remco Sleiderink)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

2. ‘Brussel’

2

ik de houding van leraren als Robert Anker en Cyrille Offermans – tenoren in het intellectuele debat in Nederland – die er openlijk voor uitkomen dat de mening van de leerlingen hen ‘hoegenaamd geen fuck’ kan schelen. Ook zij zien het aanbrengen van ‘culturele bagage’ als één van de voornaamste taken van het onderwijs (vgl. Sleiderink 2004: 210). Van interactiviteit en zelfrelativering lijkt nauwelijks sprake te zijn.

Met mijn bijdrage aan de HSN-conferentie wil ik geen steriele bijdrage leveren aan het ‘kennisdebat’. Ik wil zo concreet mogelijk ingaan op de vraag wat er in het secundair onderwijs kan worden gedaan met een oude Nederlandstalige tekst die in de verste verte niet lijkt aan te sluiten bij de leefwereld van de hedendaagse jeugd in onze multiculturele samenleving. Als concrete casus in aanloop naar de discussie kies ik voor d’Wonder dat in die stat van Bruesel ghemaect was. De Brusselse stadsdichter Jan Smeken – tevens leider van rederijkerskamer ’t Mariacranske – schreef dit gedicht van ruim vierhonderd verzen naar aanleiding van de vele sneeuw- en ijssculpturen die in zware winter van 1511 in de hoofdstad waren verrezen en die kort daarop ook weer waren weggesmolten. Hoewel het boekje in een vrij grote oplage moet zijn verschenen, is er slechts één exemplaar van bewaard gebleven – thans in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Dat d’Wonder vanuit een cultuurhistorisch standpunt interessant is, was al duidelijk gemaakt door Herman Pleij in zijn vuistdikke studie De sneeuwpoppen van 1511 (1988). Dat het gedicht ook literair heel verrassend is, bleek toen zanger en dichter Rick de Leeuw zich in 2007 waagde aan een moderne hertaling, met behoud van het ingewikkelde rijmschema. Plotseling had Jan Smeken weer een stem:

 
 

Aan het Holland waren twee Noorse trollen Verbrand in hun smoel, verbrand aan hun hand De een ’n oud wijf, de snolste der snollen In haar kop gaapte een mond zonder tand De ander een kerel uit een ander land Het leek me een Griek of misschien Cyprioot

Op zijn hoofd stond een hoed als een lappenmand Of wat het ook was, het stond idioot Nooit hadden ze vlees, nooit aten ze brood Nooit dronken ze bier, nooit hadden ze wijn Al gaven ze mij een miljoen in het groot Geen dag zou ik een van hen willen zijn

(geciteerd naar De Leeuw e.a. 2007: 55)

Rick de Leeuw, vertaler van het sneeuwpoppengedicht van Jan Smeken.

Fotografie: © Abel en August de Leeuw, 2007.

73