Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Praktijkervaringen met het werken met de referentieniveaus (Bert de Vos & Geppie Bootsma)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

3. Competentieleren

schrijfvaardigheid is onvoldoende, etc. Dat blijkt het geval voor alle onderwijsniveaus.

Taalvaardigheden worden tegelijkertijd gezien als het fundament voor een succesvolle opleiding en als een voorwaarde om succesvol mee te draaien in de maatschappij. Om gedegen te kunnen werken aan die brede taalvaardigheden heeft de commissie Meijerink in Nederland niveaus beschreven die leerlingen (dienen te) bereiken bij de diverse ‘drempels’ – overstappen – in hun schoolloopbaan: de overstap van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs, de overstap van vmbo naar mbo, van havo naar hbo, van vwo naar wo. Begin 2008 is het rapport van de commissie ‘over de drempels met taal’ verschenen.

In dat rapport geeft de commissie niveaubeschrijvingen voor spreken, luisteren, gespreksvaardigheid, lezen, lezen van literatuur, schrijven en taalbeschouwing. De commissie is bij de beschrijving ervan uitgegaan van het Raamwerk Nederlands. In dat raamwerk staan niveaus beschreven met behulp van de bij het Europees Referentiekader gebruikte niveauaanduidingen A1 tot en met C2. Die aanduidingen heeft de commissie niet overgenomen; de niveaubeschrijvingen zijn als basis gebruikt en aangevuld met niveaubeschrijvingen voor literatuur en taalbeschouwing.

De Nederlandse politiek heeft het rapport geaccepteerd. Men stelt zich tot doel om het rapport en de niveaubeschrijvingen de komende jaren te laten landen in scholen en om op basis van die niveaus een hoger taalvaardigheidsniveau te bereiken. Die operatie – inhaalslag genoemd – is van start gegaan. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk leraren de komende tijd geïnformeerd worden over het rapport, dat zoveel mogelijk scholen op de een of andere manier met het rapport aan de slag gaan en dat de resultaten voor taalvaardigheid snel op een hoger niveau komen.

Dit schooljaar (2008-2009) worden de eerste ervaringen met de referentieniveaus opgedaan op scholen. Het APS werkt met 3 pilotscholen en organiseert een aantal netwerken van leerkrachten, verspreid over het land. De ervaringen zijn nog vers, maar scholen hebben al de eerste activiteiten in hun school gedaan.

De eerste school, het Picasso Lyceum in Zoetermeer (school voor vmbo-t – gymnasium), zet het eerste jaar in op spreekvaardigheid. De school werkt veel met projecten – vaak vakoverstijgend – en van leerlingen wordt een hoge kwaliteit aan spreekvaardigheid gevraagd, omdat ze vaak moeten presenteren. Met behulp van de beschreven niveaus van ‘presenteren’ maakt de school zelf tussenliggende niveaus en zo ontstaat de leerlijn ‘presenteren’. Met behulp van die leerlijn gaat de school aan de slag om een hoger niveau spreekvaardigheid te bereiken.

Op het Cals College in IJsselstein (vmbo – vwo) staat leesvaardigheid centraal. De school besteedt veel aandacht aan leesbevordering en ondersteunt leerlingen intensief en op maat bij het ontwikkelen van hun taalvaardigheden. Echter, lezen van zakelijke

3

87