Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 22 | Tweeëntwintigste Conferentie Het Schoolvak Nederlands (2008)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs (Els Leenders)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Recognized HTML document

3. Competentieleren

niet altijd duidelijk welke taalondersteuning op welk moment daarbij gegeven kan worden, laat staan dat de docent uit die integrale opdrachten taaltaken kan halen om taalvaardigheid te oefenen en te beoordelen. Bovendien heeft de docent bij een functionele taaltaak ook vakkennis en beroepscontext nodig, want dat is de inhoud van de taalhandeling. Taaldocenten en vakdocenten moeten dus nauw samenwerken.

  1. Het beoordelen van receptieve vaardigheden

Spreken en schrijven zijn productieve vaardigheden: ze leveren een product op, bijvoorbeeld een gesproken of een geschreven tekst. Dit product kan beoordeeld worden op verschillende aspecten zoals woordenschat, functionaliteit, lengte, spelling, etc. Lezen en luisteren zijn receptieve vaardigheden: ze leveren geen direct meetbaar product op. Of iemand iets begrepen heeft, kun je ‘van buitenaf niet zien’; het speelt zich in zijn hoofd af. Het beoordelen van de vaardigheden lezen en luisteren is bijgevolg complexer dan de beoordeling van productieve vaardigheden, omdat de opbrengst van het lees- of luisterproces – het tekstbegrip – voor anderen onzichtbaar is.

Vaak gebeurt de beoordeling door vragen te stellen over de inhoud van een (lees- of luister-) tekst. Dit is enigszins kunstmatig, maar wel een manier om een bewijs van lees- of luistervaardigheid te verzamelen zonder dat een beroep gedaan wordt op spreek- of schrijfvaardigheid. Ook kunnen twee teksten vergeleken worden, bijvoorbeeld een presentatie of artikel met een (onjuiste) samenvatting. Zo kan je de deelnemer bijvoorbeeld vragen om wat hij gehoord heeft te vergelijken met een mondelinge samenvatting waarin kernpunten verkeerd zijn weergegeven. Als hij de fouten ontdekt, heeft hij de kern van de presentatie goed begrepen en heeft hij goed geluisterd. Daarnaast kan ook gedrag als bewijs voor begrip dienen, bijvoorbeeld door mensen te laten handelen naar aanleiding van een instructie.

  1. De criteria Raamwerk Nederlands in (v)mbo

Het Raamwerk Nederlands in het (v)mbo (Bohnenn e.a. 2007) geeft voor elke vaardigheid per niveau kenmerken van de taakuitvoering. Deze kenmerken beschrijven wat je moet zien als een taalproduct of taalgedrag op een bepaald taalniveau ligt. Echter, niet alle kenmerken komen in elke taaltaak voor. Zo is bijvoorbeeld ‘samenhang in de tekst’ niet direct een kenmerk dat past bij het invullen van een formulier. Docenten moeten dus een selectie maken, wat betreft de kenmerken die ze per taalproduct beoordelen. Ook moeten ze selecteren in het aantal criteria per kenmerk, want anders wordt het beoordelen ervan een onmogelijke opgave. Praktische toepasbaarheid van een beoordelingsmodel is immers erg belangrijk. Daarnaast moeten docenten gevoel ontwikkelen voor beschrijvingen als ‘meestal correct’, ‘af en toe’, ‘soms’, e.d. Hiervoor is het zinvol om per kenmerk de beschrijvingen van de verschillende niveaus naast elkaar te leg-

3

95