taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)


Bijdrage: Kinderen bespreken hun eigen teksten (Hieke van Til & Mirjam Zaat)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

DRIEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

2e versie:

Ik was thuis in de slaapkamer van mijn zus. Ik zat achter de computer. En toen hoorde ik sirenes. Ik dacht dat ze naar onze straat kwamen maar ze reden vlak achter ons huis. Ik keek door het raam. Ik zag een ambulance en een brandweer langs komen rijden. Ik zag de wind heel hard waaien en het hagelde ook. Ik zag een vrouw buiten met een paraplu. Die paraplu klapte om. Ik durfde niet meer naar buiten te gaan.

Mijn vader begon die dag met zijn examen voor een vrachtwagen rijbewijs. Even later zei de examinator tegen mijn vader dat het examen werd afgelast. Want anders kon de vrachtwagen omvallen. Nu is het op een andere dag gepland.

Figuur 2: Voorbeeldtekst van Meryem (groep 8).

Het tweede taaldomein waaraan we tijdens een tekstbespreking werken, is de leesvaardigheid. Je moet bij een tekstbespreking voordurend begrijpend lezen. Kun je het verhaal van het bord voor je zien en begrijpen hoe het precies ging? Wat staat er nu precies en staat het er zoals het bedoeld is? En indien niet, wat moet er veranderen opdat de tekst zou aansluiten bij en overeenstemmen met het mondelinge verhaal? Leerlingen denken na over de structuur van het verhaal zoals het op het bord staat: is de structuur duidelijk of hoe kan je hem duidelijker maken?

Het derde taaldomein is de schriftelijke taalvaardigheid. Je leert beter schrijven door het veel te doen, door je teksten aan anderen te laten lezen en van hen te horen hoe ze overkomen. Kinderen wennen aan het idee dat een tekst bijna nooit in een keer goed is en dat je een tekst kunt verbeteren door er samen met anderen naar te kijken. Ze denken na over wat de beste manier is om een ervaring of gedachte in geschreven tekst uit te drukken. Daarbij is de informatie danig geordend, dat de lezer de gedachtegang gemakkelijk kan volgen en dat het schrijfdoel bereikt wordt.

Dan is er nog het vierde taaldomein: taalbeschouwing en taalverzorging. Onder taalbeschouwing vallen alle begrippen die het mogelijk maken om over taal na te denken en te praten. Een tekstbespreking is één grote oefening in taalbeschouwing: waarom kies je voor het ene woord boven het andere? Wanneer kan een informeel woord wel en wanneer niet?

Taalverzorging omvat spelling en leestekens. Spelling kan beschouwd worden als afspraken waar iedereen zich aan moet houden. Een gevaar echter van teveel nadruk op ‘correct’ schrijven, kan zijn dat de spellingsconventies belangrijker worden gevonden dan de communicatieve functies van taal. Als kinderen geen risico’s durven nemen

16

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties